En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een schuiftrompet.
"Retteketet, retteketet," zei die schuiftrompet.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een trommeltje.
"Rommelerom, rommelerom," zei dat trommeltje.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een trommeltje.
"Rommelerom, rommelerom," zei dat trommeltje.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
3.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een foekepot.
"Goeze-goeze, goeze-goeze," zei die foekepot.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een foekepot.
"Goeze-goeze, goeze-goeze," zei die foekepot.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
4.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een basviool.
"Hompe-hompe, hompe-hompe," zei die basviool.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een basviool.
"Hompe-hompe, hompe-hompe," zei die basviool.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
5.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een wafelmeid.
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei die wafelmeid.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een wafelmeid.
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei die wafelmeid.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
6.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een zeematroos.
"Potverblomme, potverblomme," zei die zeematroos.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een zeematroos.
"Potverblomme, potverblomme," zei die zeematroos.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.