Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

april 2014

4-6 jaar

De moedereend

De moedereend is haar kuikentjes kwijt en gaat naar ze op zoek. De kinderen zitten in een stoeltjeskring, één van de kinderen is de moedereend, die moet even op de gang, want tien kleine eendenkuikentjes gaan zich in de klas verstoppen. Als de moedereend terug is wordt het lied een aantal keer gezongen, terwijl zij op zoek gaat naar haar kuikentjes. Heeft ze er één gevonden, dan loopt die waggelend achter haar aan. De rij van gevonden kuikentjes wordt steeds langer, en de kinderen in de kring tellen (in gedachten) hoeveel eendjes nog ontbreken. Als er zeven met de moedereend mee waggelen moeten er nog drie verstopt zitten. Zo zijn de kleuters al spelenderwijs aan het voorbereidend rekenen. Als alle kuikentjes gevonden zijn wordt het liedje uitgezongen en gaat iedereen weer zitten, en kan er een nieuwe moedereend gekozen worden.

Vijf kleine eitjes

De kinderen zitten in de kring op hun stoeltje, terwijl vijf kinderen ‘ei’ mogen zijn. Zij zitten op hun knieën in elkaar gekropen met hun handen over hun hoofd. Het liedje wordt gezongen en bij de tekst uit eentje kroop een kuikentje gaat eitje nummer 1 open en zingt solo de tekstregel Nu ben ik klaar, ik ga de wijde wereld in, oh, wat ben ik blij! Dat is wel spannend voor kleuters, om alleen een stukje te zingen. Wie het durft gaat daarmee innerlijk een drempel over. Het uitgekomen eitje gaat op een ander plekje staan. In het tweede couplet komt het tweede ei uit, en zo verder. Maar het vijfde ei (favoriete rol bij de kleuters!) komt helemaal niet uit, het is een chocolade-ei….

Inge Neven – kleuterleidster Zeister Vrije School


7-8 jaar

De wijde wereld in

Mooi alternatief voor het lied Wij maken een kringetje van jongens en van meisjes. Mocht je een grote ruimte (zaal) tot je beschikking hebben dan kun je met de handen los naar binnen lopen, de leerkracht voorop en die maakt lopend en zingend een kring. Bij voeten kan er licht gestampt worden, daarna zoeken de handen elkaar op om samen een mooie kring te maken. Met een klas die dit al kan kun je ook 'vrij' in de ruimte beginnen; 'de wijde wereld in'. Vanaf de regel over de voeten komen de kinderen steeds meer in een kring, totdat ze bij 'met je handen vast' een echte kring gaan vormen.

De wereld op zijn kop

Grappig lied om uit te beelden, omdat het veel beweging vraagt is wel het meest geschikt om in een grote ruimte uit te voeren. Voor een jonge groep zijn vooral de rusten lastig. Het helpt om op de rusten ritmisch te klappen of te stampen. Eventueel zou je ook een steuntekst (ritmisch spreken) kunnen bedenken die de stiltes opvult. Later kun je die dan weg laten, als de kinderen het lied goed kennen. Het spel is natuurlijk het leukst als je dit in een kring doet waarbij je met de neuzen naar buiten gericht begint, dan zien de kinderen elkaar als ze onder hun poortje door kijken. Bij de zin over duizelig worden kun je dan weer omdraaien en elkaar rechtop staand weer aankijken.

Marieke Zoutendijk – leerkracht Vrije School Almelo


9-10 jaar

O, lieflijke lente – canon

Een verrassend mooie lentecanon waarin de kinderen kunnen ontdekken welke partijen met elkaar harmoniëren en welkedissoneren. Zo lopen stem 1 en 4 in een mooie parallelle beweging. Ook stem 2 en 3 gaan goed samen, terwijl er tussen stem 1 en 2 steeds een spannende samenklank ontstaat die weer oplost. Als deze klanken gehoord en beleefd worden kan de canon pas echt goed tot klinken komen. Wanneer in een zaal de vier stemgroepen in vier hoeken staan en naar elkaar toezingen ontstaat in het midden van de zaal de mooiste muzikale plek: laat daar maar eens kinderen gaan staan, luisteren, en daarna vertellen wat ze gehoord en beleefd hebben. Misschien kunnen ze ook wel kritisch luisteren naar wat er in sommige groepen nog verbeterd kan worden in balans, zuiverheid, verstaanbaarheid of gelijkheid.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek Zeister Vrije School

Orléans (1)Orléans (2) – canons

 

Dit lied, waarvan Orléans (1) een verkorte versie is van Orléans (2), werd voor het eerst gezongen tijdens de Honderdjarige oorlog tussen Engeland en Frankrijk (periode tussen 1337-1453). De Engelsen veroverden steeds meer delen van Frankrijk en de kroonprins Karel VII (Dauphine Charles VII, 1403-1461) hield uiteindelijk nog de steden Vendôme, Beaugency, Cléry en Orléans over en dat mede dankzij het heldhaftig optreden van Jeanne d’Arc in 1429. Het carillon van Vendôme stamt uit de 15e eeuw en speelt nog elke dag twee keer dit oude lied ter herinnering aan deze historische gebeurtenis. De melodie van dit lied klinkt als klokkengebeier, zeker als het lied in canon gezongen wordt.  Canon zingen, waarbij de tweede inzet een kwint lager begint, geeft ook een heel bijzonder effect.

Jolente Regeling


11-12 jaar

Seed in the ground – stapellied

Ik herinner me van een tiental jaren geleden dat ik met een liniaaltje notenlijnen trok op de Zutphencursus om dit lied te noteren. Een leerkracht van een Limburgse vrijeschool zong het en ik schreef het op. Het is hét lied voor de periode plantkunde in de vijfde klas. Een leuke Engelse tekst en een wat swingende melodie die niet al te strak in het ritme, liefst een beetje sloom, moet worden gezongen. En dan natuurlijk het steeds langer worden van de coupletten. Zo groeit het lied, net als de plant van zaadje, wortel, scheut, stengel, bloem naar opnieuw zaad. De kringloop van de plant hoorbaar gemaakt! Het lied van Connie Kaldor is te beluisteren op http://www.thesecretmountain.com/node/351

Bert Verschoor – klassenleerkracht en dirigent schoolkoor regio Rotterdam

Oh, lulalee! – canon + piano

Een fijn swingende canon die niet al te moeilijk is en toch lang leuk blijft. Als de melodie eenstemmig niet heel precies wordt aangeleerd kunnen er blijvende foutjes insluipen: een te late a (laatste toon 1e maat), de f in maat 6, en een verkeerde uitspraak van ‘I know the’ (wordt dan another). De noot f in maat 6 is een zgn. blue note, een typische jazztoon, en moet een beetje ‘vuil’ gezongen worden. De fis in maat 7 daarentegen moet er weer helemaal zijn! Het lied is te begeleiden met slechts twee akkoorden: D7 (d-fis-a-c) en G6 (g-b-d-e), en dat kunnen misschien sommige kinderen wel op de piano of op de gitaar. Of twee groepjes kinderen met wat klankstaven: na elkaar de akkoorden spelen. Een leuke opdracht is het om als groepswerk een groepje kinderen met wat instrumenten weg te sturen om het zelfstandig voor elkaar te maken en daarna voor de hele klas te demonstreren.

Matthijs Overmars


13+ jaar

Crucifixion – 4-stemmig

Dit lied is van oorsprong een spiritual en heeft in deze fantastische harmonisatie (van wie……?) een enorme emotionele lading gekregen, waardoor de thematiek van het lied schrijnend voelbaar wordt. De zich steeds herhalende tekst an' he never said a mumbalin' word gaat door merg en been. De afwisseling dis-d in de sopranen en de spanning tussen b en c bij tenor en bas (2e bladzijde) moeten bij de zangers goed bewust gemaakt worden, om dit harmonische effect goed ‘uit te kunnen spelen’. De baspartij heeft een zelfstandige melodie, als een soort kreet die zich herhaalt. Zing het lied niet te snel, laat het allemaal maar tergend lang duren. Het is ook mogelijk de tenorpartij een octaaf hoger door alten te laten uitvoeren, de akkoorden worden dan nog spannender. Het is ook denkbaar dat de rollen van tenor en bas omgewisseld worden, want het kan voor de bassen zwaar worden om steeds op de hoge b te blijven hangen.

Flying – canon

Een frisse en speelse canon van Alan Simmons die heel mooi verbeeldt waar het lied over gaat: de vrijheid en zwierigheid van de vogels in hun vlucht. Het lied wordt graag gezongen kinderen van verschillende leeftijden en volwassenen, en kan ook heel goed als kamplied gebruikt worden. Begeleiding met gitaarakkoorden (of evt. alleen de bastonen van de akkoorden) voegt veel aan het lied toe. De melodieën van stem 1 en 2 zijn grotendeels complementair, wanneer in de ene partij een lange noot klinkt, is de andere partij beweeglijk en andersom. Dat is een muzikaal spelletje, en geef dat aandacht bij het instuderen, zodat ze het met verve kunnen spelen. Een ander aandachtspunt is de lichte en verzorgde dictie die het lied nodig heeft. Samen met de licht syncopische melodie draagt dit veel bij aan het speelse karakter van het lied. Een lied om nog lang na te blijven fluiten.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord