Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

augustus 2016

4-6 jaar

Lieve aarde, lieve zon

Dit mooie lied met z’n welvende melodie is fijn om iets te beginnen, de dag, of een ander moment dat aandachtsvol moet zijn. De beweging wordt van buiten (de zon) naar binnen gehaald (het hartje), en zo kunnen ook de armbewegingen zijn. De driedelige maatsoort maakt ook dat er rust komt, zeker wanneer het liedje nog enkele keren neuriënd herhaald wordt. Of alleen de laatste maat enkele keren herhalen, steeds zachter tot de rust helemaal is weergekeerd.

Regenboog

Een lied in echte kwintenstemming, een variant op de pentatoniek. Hierbij beweegt zich de pentatonisch melodie tussen de lage D en de hoge E, met de toon A als centrum. Dit centrum wordt echter niet als grondtoon beleefd, en daardoor heeft het lied een stemming die blijft zweven, en toch door de spiegelende sprongen (kwinten op en neer) houdt het voldoende verband. Een mooi stralend liedje over de kleurenpracht van de regenboog. Met de armen kan de hemel omspannen worden tijdens het zingen, met boogbewegingen, hoog en laag.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


  

7-8 jaar

Fietsbellenlied

Allemaal een fietsbel mee naar school, of het lied zingen op het plein met de fiets in de hand. En dan op het juiste moment, keurig in de maat bellen. Maar niet elke fietsbel heeft dezelfde toon, en dat biedt natuurlijk prachtige mogelijkheden! Groepje van vier kinderen met bellen met verschillende tonen, wat is de mooiste volgorde van tonen? Of misschien wel twee groepjes? Welke fietsbellen klinken mooi samen? Die mogen tegelijk. Wat is de mooiste bel als slottoon? Zo wordt dit lied niet alleen maar een geinig tussendoortje, maar kan er echt aan muzikaal luisteren gewerkt worden. Leuk ook om één kind tijdens het zingen (dan wel liefst buiten….) rondjes te laten fietsen rond de kring van zingende kinderen. Die kan ook het bellen doen, en als de kinderen hun ogen dicht hebben moeten ze luisteren waar de fiets op de belmomenten zich bevindt. Dat onthouden en aan het eind van het lied beschrijven. En zo is er nog veel meer mogelijk!

Matthijs Overmars

Neem je fluit in je linkerhand

Dit liedje is bedoeld als ‘poort’ voor het fluitspelen. De tekst geeft aan hoe je de fluit moet vasthouden. De laatste regel is een oefening voor de aanzet van het blazen. En wel op de hoogste toon die de fluit heeft; bij het begin is dat de grondtoon, omdat de fluit dan nog geen gaten heeft. (Bij de methodiek van het leren spelen op de bamboefluit worden bij de eerste lessen fluiten gebruikt, waarin pas later de gaatjes één voor één worden gemaakt. Het fluitonderwijs begint dus met een fluit met alleen de grondtoon.) Zo worden de inspanning van het leren blazen en het vingerwerk van elkaar gescheiden gehouden voor enige tijd. Het eerste deel van het liedje wordt gezamenlijk gezongen en daarna wordt de laatste regel (de ‘du’-regel) gezamenlijk gespeeld op de fluit. Wanneer het lukt om samen de laatste regel goed te fluiten is dat een hele belevenis voor de kinderen. Gedurende het hele schooljaar kan dit liedje in elke les als inleiding voor het fluiten gebruikt worden. Juist de voortdurende herhaling biedt de steun om ‘erin’ te komen.

Elisabeth Lebret


 

9-10 jaar

Provincies

In dit lied komen alle provincies met hun hoofdsteden langs, een lied dus om ze  te leren en te onthouden. Er kan op een provincienaam een stamp gegeven worden, en op een hoofdstad een klap, of iets origineler: een sprong op een provincie en op één been staan bij een hoofdstad. Of wat dan ook; solisten, groepjes, alles kan!

Tin-ton, tiqui-tiqui-ton - canon

Een fijn lied voor het beginnende canonzingen in de vierde klas. Het nodigt uit om iets met ritme te doen: het ritme te klappen, of per partij een eigen klank te hebben (tikken, stampen, klakken met de tong, een medeklinker T of P of S). Zorg dat de klank ‘ton’ goed in de neus gezongen wordt zonder n aan het eind. Een andere leuke vorm is het laten zingen door acht solisten die naast elkaar op stoelen zitten. Er zijn dan acht inzetten (elke maat één) en elk kind dat inzet gaat staan, en weer zitten als het lied (bijvoorbeeld na twee keer zingen) klaar is. Je zíet dan ook hoe het met de meerstemmigheid verloopt. Je kunt ze ook met een grotere groep random laten opstaan, ze mogen dan zelf een inzetmoment kiezen, dat je dan ook weer kunt zien door het opstaan. Mogelijkheden te over bij dit lied, hoe kort en eenvoudig het ook is.

Matthijs Overmars



11-12 jaar

Ja, ja, ik wil taart! – spreektekst

Deze spreektekst ziet er heel eenvoudig uit, en alleen sprekend loopt het dan ook snel bij het instuderen. Maar dan komen de percussiegeluiden erbij! En dan gaat het moeilijker worden. Maar oefening baart ook hier kunst, en als het echt loopt kan de tekst weggelaten worden en swingt het enorm! Begin uiteraard langzaam, doe eerst alleen de klappen op ‘taart’, voeg steeds iets toe, of verdeel de klas in groepen met een eigen geluid, dat is makkelijker. Zorg dat de slag op de borst niet te hard wordt gedaan, altijd onprettig om te zien hoe iemand zich op de borst slaat…. Zacht en behoedzaam dus. Toch is die slag wel de basedrum van het ritme, hij moet wel lekker vol en diep klinken. Probeer maar eens of het bij oudere kinderen anders klinkt dan bij jongere. Kinderen uit alle klassen vinden dit geweldig! Doe niet een al te hoog tempo, het wordt er wel uitdagender maar niet ritmischer van.

Signor Abbate – canon + piano

Was Beethoven een cholericus? Ik dacht van wel, en dit lied heeft daar veel van in zich: kracht, expressie, pittig ritme, vuur! Dat maakt het zo heerlijk voor een zesde klas, de dynamiek die van het lied uitgaat. Als het lied zonder begeleiding gezongen wordt is het opletten bij de inzetten van de eerste en de derde groep, zij beginnen met een rust. Je kunt in de oefenfase als hulp eventueel een kind op dat moment een trommelslag laten geven. Het lied moet jammeren in de eerste regel, bijna sterven in de tweede, en in woede opvlammen in de derde regel. Met alle ritmische verschillen tussen de stemmen (de polyfonie) komt de laatste noot toch steeds samen, dat zijn momenten die goed verzorgd moeten worden. Het woordje ‘Teufel’ wordt snel lelijk vernederlandst, zorg sowieso voor lichte e-klanken aan het eind van elk woord, zeker ook bij de Italiaanse woorden in het lied: ‘Abbate’, ‘date’, ‘benedizione’.

Matthijs Overmars


 

13+ jaar

Tein minä pillin pajupuusta (2)* – 4-stemmig

Een prachtig Fins zomerlied waarin een zekere melancholie doorklinkt door de zachte mineurstemming en de dalende melodielijnen in het tweede gedeelte van het lied, welke zich ook nog eens herhalen. De tekst lijkt lastig, maar valt eigenlijk best wel mee, vooral door de vele herhalingen en de kleine veranderingen per couplet. Verrassend in het liedje is dat de zinnen niet allemaal even lang zijn. De eerste zin is 7 maten, de tweede 8 en de derde 9 maten. Deze meerstemmige zetting is op meerdere manieren uit te voeren. In een hogere klas van de onderbouw is de zetting met de bovenste twee of drie stemmen goed te doen. De derde stem is dan een altstem. Wel laag voor de kinderstem, maar voor een zesde klas wel mooi om te doen. Eventueel moet het lied dan iets hoger worden ingezet. In de bovenbouw kan de derde stem door de tenor worden gezongen, maar ook kan worden gekozen om de dames driestemmig te zingen en alle heren de onderstem te laten doen. Een mooie manier van uitvoeren is om te beginnen met de melodie en elke keer een stem toe te voegen, van boven naar beneden. Experimenteer gerust met steeds een paar stemmen samen. Op internet zijn verschillende versies van het lied in omloop. Het lied vraagt een beetje om een rustig tempo, maar het wordt nog meer zomers wanneer het tempo wordt opgevoerd. Ook hier kan naar hartenlust mee worden geëxperimenteerd.

Marcel van Os – docent Vrijeschoolpabo Leiden

Tyebye poyem – 4-stemmig

Dit prachtige Byzantijnse lied van Dmitry Bortniansky heeft alles in zich wat je van Russische koormuziek mag verwachten: een warme melancholische sfeer, fraaie en expressieve harmonieën, dramatiek in de chromatiek en lage bassen. Misschien is de tekst het grootste struikelblok, maar de fonetische uitspraak staat gelukkig ook onder de noten. Dynamisch kan er lekker uitgepakt worden, naar keuze, want er staan geen aanduidingen van hard en zacht bij. Een herhaling kan juist wat zachter of wat luider gezongen worden, het eind mag heel klein worden, waarbij er hopelijk bassen zijn die een lage C kunnen produceren! Het ingetogene van het lied moet ook door een gebonden manier van zingen worden bereikt, alle noten en lettergrepen aan elkaar zingen. Geef ook alle klinkers felle kleuren, zing ze niet te eenvormig. Met name de ô moet gezongen worden als in een uitroep van verbazing: ôôôh…! Een heel dankbaar lied dat zich graag en vaak laat zingen.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord