Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

december 2014

4-6 jaar

Schaatsenrijden, wie doet mee?

Juf voorop en de kinderen in een lange rij erachter. Handen op de rug in schaatshouding (beetje door de knieën). Dan achter elkaar gaan schaatsen. Iedereen begint met het linkerbeen, anders kom je niet goed uit. Heerlijk zwieren door de klas en het lied een aantal keren herhalen. Wanneer de kinderen achter elkaar kunnen schaatsen is de volgende stap om ze twee aan twee te laten schaatsen. Daarbij houden de kinderen beide handen gekruist voor hun buik vast. Nu is het de kunst om samen op de muziek (zang) te blijven schaatsen. Dit vraagt samenwerking. Voor kinderen die nog meer aankunnen: twee aan twee, maar nu met de benen beurtelings schuin naar voren (zoals bij kunstrijden).

Sneeuwvlokje wit (1) - 1-stemmig

Dit lied laat zich mooi inpassen rond het sprookje van Sneeuwwitje en de zeven dwergen, bijvoorbeeld als voorspel. De tekst kan daarbij wat worden aangepast: in plaats van ‘lieve kinderen, komen wij aan’ wordt dan gezongen ‘koninginnen, daar komen wij aan’. Na het zingen van het lied prikt de koningin zich in de vinger en zucht: “Had ik maar een kindje, zo wit als sneeuw, rood als bloed, zwart als ebbenhout.” Dit kan je eventueel invoegen in een cultuurspel: de koningin zit voor een raam, en naast haar zitten twee hofdames, die elk een hand op haar schouder houden. Wanneer de koningin loopt mag dit mooi recht met een kroon op het hoofd, en met schrijdende voeten.

Jannie Goedkoop – kleuterleidster Zeister Vrije School


7-8 jaar

Het is zo stil, het is zo koud

In dit liedje lopen twee pentatonische reeksen door elkaar. De melodie is gebouwd op de reeks: d-e-g-a-b, maar een grondtoon c is duidelijk te horen! Net als in het lied Waarom is de hemel blauw?  zou de reeks dan luiden: c-d-e-g-a-c. De bhoort daar niet in. In het liedje geeft de b ook steeds spanning aan: ’t Snéeuwt!, daarónder! en lénte! Het hele liedje zweeft boven de c, de serene sneeuwstemming wordt uitgedrukt door de voortdurende jamben (metrum van kort-lang), die tot slaperigheid zouden kunnen leiden, als daar niet de verwachting was van de lente, die gaat komen. Dan treedt er een versnelling in het ritme op. Een typisch samenspelen van twee stemmingen.

Elisabeth Lebret

Buiten is er wind en regen

De stemming van dit prachtige liedje is wel wat melancholiek mineur, maar een tweede klas kan hier van smullen. In het tweede deel van het lied licht de melodie even op in majeur, en stijgt als een tijdelijke vlam, maar al gauw komt weer de aardse zwaarte, en trekt het lied weer naar binnen. Het lied leent zich er goed voor om af te wisselen met iets instrumentaals: een melodie op de fluit, improviserend binnen het toonspectrum, of enkele lier- of gitaarakkoorden. Wanneer het lied enkele tonen lager wordt gezongen (beginnend op g, toonsoort Em) dan laat het zich eenvoudig met enkele gitaarakkoorden begeleiden. Ook is het dan op de (bamboe-) fluit te spelen. Maak eens een eenvoudig voorspelletje voor de fluiten, misschien kan een groepje kinderen uit je klas dat wel spelen. Ook tussen de coupletten door kan dat melodietje dan klinken. Houd het eenvoudig, met weinig sprongen en eindigend op de grondtoon e.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


9-10 jaar

's Winters is het 's avonds zo donker

Een heerlijk lied voor klas 3 (en 4), als een mooie verstilde opvolger van het Stil nu… dat vaak in de Advent gezongen wordt. Dit lied is een mooie kapstok voor een geluidenspel dat ik graag met de kinderen van mijn klas speel. De leerkracht is bij dit spel in beginsel de dirigent, maar kinderen vinden de rol als dirigent ook geweldig. Schrijf in het midden van het schoolbord: ‘stilte’. Vraag aan de kinderen vanuit die stemming geluiden van winter aan te geven. Zowel binnen- als buitengeluiden zijn mogelijk. Denk aan haardvuur, bibberen, sneeuwvlokken, lopen door de sneeuw etc. De geluiden moeten met het lichaam gemaakt kunnen worden en/of met stemgebruik. De leerkracht noteert de vondsten om het woord ‘stilte’ heen. We gaan het spelen: de dirigent geeft aan welk geluid gevraagd wordt. Bouw ook stiltemomenten in. Vraag om actie, reactie en interactie. Probeer samen een ‘winters verhaaltje’ te laten ontstaan. Het refrein van het liedje kan ook als ‘geluid’ af en toe terugkeren.

Aline van Willigen – klassenleerkracht Vrijeschool De Vuurvogel, Ede

Wij lopen in een liedje – canon

Een fijne, eenvoudige canon die spannend wordt omdat de inzetten zo snel op elkaar volgen. En dan is het opletten geblazen bij de rusten in maat 7 en 9! Zorg voor een goede ademsteun in de laatste regel die hoog eindigt. Kunnen de kinderen zelf horen wanneer ze weer moeten beginnen, zonder instructie van juf of meester? Ook een leuke werkvorm is het zingen van de canon in ongelijke groepen, bijvoorbeeld twee kinderen tegenover de rest van de klas. Blijven die twee in het spoor? Opdracht is dan wel aan de rest van de klas om zodanig luid te zingen dat ze het tweetal nog kunnen horen. Of misschien zingt de rest van de klas omgedraaid, met de rug naar het tweetal toe. Dan wordt het opstarten van de canon ook ineens spannender! Bij het eindigen houden alle stemmen de laatste toon net zo lang aan totdat ook de laatste er is. En misschien wil één van de kinderen wel de afslag doen, dan heeft die even de touwtjes in handen, en mag bepalen hoe lang de klas moet doorzingen. Je merkt altijd weer: als je kinderen een dergelijke verantwoordelijke rol geeft, is de klas steeds tot zeer veel bereid.

Matthijs Overmars 


11-12 jaar

Es führt drei König’ Gottes Hand – 2-stemmig

Dit Driekoningenlied is een fijne uitdaging voor een zesde klas, zowel qua tekst als qua meerstemmigheid. Doordat de tweede stem steeds iets achter de eerste aanloopt ontstaat er een mooie dubbele wave. De twee melodieën zijn wel verwant aan elkaar, maar zijn ook voldoende eigen, en natuurlijk duidelijk verschillend van ligging: sopraan en alt. Het is denkbaar om de melodie van de tweede stem alleen op één klank te zingen, dan blijft de tekst beter verstaanbaar. Een instrument (viool, klarinet) kan deze tweede stem goed ondersteunen. Anders dan bij veel andere meerstemmige liederen is een akkoordbegeleiding bij dit lied absoluut onnodig, het is echt een spel van twee om elkaar draaiende en elkaar aanvullende melodieën. De sprong c-dis in maat 11 in de eerste stem vraagt aandacht: de c staat in verband met de voorafgaande b, de dis met de erop volgende e (leidtoon).

Vereinigte Niederlande + piano

Een rariteit natuurlijk, dit baroklied, waarin ineens allerlei provincies en steden uit de Nederlanden langskomen. Meervoud, want ook het huidige België komt aan bod. Het is voor de kinderen al een leuk spel om te ontraadselen wat er overal bedoeld wordt in deze Klingende Geographie van zo’n 300 jaar geleden. Grappig dat naast onze grote steden ook dorpjes genoemd worden die toentertijd waarschijnlijk aanzien genoten, maar tegenwoordig wat meer in de schaduw staan. De beroemde componist Georg Philip Telemann, tijdgenoot en minstens zo beroemd als Johann Sebastian Bach, die zo’n enorm groot oeuvre heeft geschreven, heeft zich ook nog beziggehouden met Nederland. De uitspraak van steden en provincies (op z’n Duits, uiteraard) vraagt de nodige aandacht, evenals de tekstplaatsing van de coupletten. Is er misschien een handige pianist in de klas die de begeleiding kan instuderen? Het lied is af te raden voor scholen in Twente, de landstreek die er in het laatste couplet wel erg bekaaid van af komt…..

Matthijs Overmars


13+ jaar

The square on the hypothenuse – canon

Eindelijk eens een lied voor de wiskundedocent om met z’n klas te zingen! En hopelijk heeft deze docent ook van liedleiden kaas gegeten, want dit is geen eenvoudige canon. Maar natuurlijk erg leuk om de stelling van Pythagoras eens te zingen. Wiskunde en muziek worden vaak met elkaar in verband gebracht, maar dan gewoonlijk in de richting van de mathematische wetmatigheden die aan tonen, ritmes en harmonieën ten grondslag liggen. Maar in dit geval dus een lofzang op a² + b² = c². Het polyfone karakter maakt een grondige eenstemmige kennis van de melodie noodzakelijk, in de meerstemmigheid wordt het lastig. Maar zoals iedere wiskunde-opgave een uitdaging is…… Leer de derde stem aan als complementair ritme ten opzichte van de eerste stem, laat die stemmen eerst maar eens een paar keer samenklinken voordat de tweede stem erbij mag komen. Een goede vooroefening is het toekennen van iedere regel aan een vaste groep, die de regel blijft herhalen. Dan slijten de ritmes en samenklanken goed in. Daarna pas echt in canon zingen en het hele lied na elkaar uitvoeren.

Vem kan segla (3) – 4-stemmig

Van de vele versies die van dit lied in omloop zijn, is deze vierstemmige versie in zijn harmonieën wel de meest rijke en uitdagende. De sopraanpartij heeft de melodie, maar alt, tenor en bas zijn minstens zo interessant. Vooral de twee middenstemmen spelen een interessant spelletje. Dus: vaak in stemparen oefenen, om zo de andere partijen goed in het oor te krijgen. In het tweede couplet wordt imitatie toegepast, waardoor een boeiend stemmenweefsel ontstaat. Steeds weer jammer dat het zo’n kort lied is! Daarom is het aan te bevelen om te variëren in de uitvoering: bijvoorbeeld eenstemmig met de sopraanmelodie beginnen, eventueel alleen neuriënd, daarna kunnen de nadere stemmen op een klank zingend invallen, en zo bouwt het geheel op, tot het vierstemmig op tekst klinkt. Een afbouw naar eenstemmig neuriën is dan natuurlijk weer prachtig: de wat melancholische stemming blijft dan nog lang innerlijk naklinken. Bovenbouwers zijn daar dol op.

Matthijs Overmars

 

Pr
i
kbord