Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

januari 2014

4-6 jaar

Kleine vogel in de tuin

Dit liedje laat ik, wanneer de kinderen het goed kennen, door twee kinderen uitspelen. Het zijn meestal oudste kleuters die dit helemaal alleen durven te zingen en uit te beelden. Tijdens de laatste twee coupletjes wordt het vogeltje geaaid of liefdevol omarmd; goed voor het sociale klimaat in de klas! Het liedje is opgenomen in het boekje ‘Natuurlijk’ van Hennie de Geus.

De sneeuwman

De kinderen staan in een kring. Twee kinderen staan in het midden: het kind dat de sneeuwman maakt en aankleedt, en het kind dat de sneeuwman is. Zij beelden uit wat er door de anderen gezongen wordt. Tijdens het refreintje danst de kring om die twee kinderen heen. De lijst van wat de sneeuwman aankrijgt kan elke keer verschillen en korter of langer gemaakt worden door er zelf dingen bij te verzinnen. Om de beurt mag een kind uit de kring zeggen wat er moet gebeuren of wat er toegevoegd wordt. Wanneer de sneeuwman gesmolten is (het kind zakt dan langzaam in elkaar) en het lied uit is, mag één van de kinderen alles opnoemen waaruit de sneeuwman was opgebouwd: trainen van het geheugen.

Inge Neven – kleuterleidster Zeister Vrije school


7-8 jaar

Kling-klang, klokkenklank

Het lied Kling klang klokkenklank is een van mijn favorieten in de tweede klas, maar het is zo’n ijzersterk lied dat je het rustig ook nog, tot groot plezier van de kinderen, in de vierde kan zingen. Een probleem van veel pentatonische liedjes is dat het soms wat kleuterachtig blijft. Dat is bij dit lied helemaal niet het geval. De tekst heeft een geheimzinnig karakter en is daarom zo sterk. We trekken door een woud met veel bomen, er zijn geen huizen, alleen lange dagen, lege magen. En wie vertellen ons hun verhaal? Het zijn de bomen. Het is ook een mooi lied om zuiver te leren zingen. Als de kinderen het lied kennen kun je het herhalen met steeds een klein lesdoel. Bijv.’Vandaag gaan we de eerste sprong heel zuiver maken’. Als je dit als leerkracht zelf niet kunt, dan pak je op je blokfluit de dalende kwart van D naar A waarmee het lied begint. De kinderen krijgen dan het gevoel dat er iets aan geleerd kan worden en dat het lied niet alleen wordt herhaald omdat het leuk is. Als ze kling, klang, klokkenklank hebben gezongen kun je ze terug laten horen of het zuiver was door gelijk de twee gezongen noten weer te laat horen op de fluit. Er zijn heel wat kinderen die een goed gehoor voor zuiverheid hebben. De zin: Lopen moest ik van de esp is misschien voor sommige zangers wat lang, dan kun je ademen voor de linde terwijl de melodiestroom gewoon doorgaat. Het moet naar mijn mening niet te snel gezongen worden en de achtste noten vooral breed en gebonden en niet te stoterig.

Op de aarde sta ik graag

De componist is Lothar Reubke, die ook in de nieuwe religieuze muziek voor de Christengemeenschap een grote rol heeft gespeeld, heeft de uitspraak van Rudolf Steiner: ‘Het kind leeft nog hoofdzakelijk in kwintstemmingen. Wanneer men werkelijk contact met het kind wil krijgen, moet men het muziek beleven bevorderen vanuit het beleven van de kwint bij dit lied als uitgangspunt genomen. Het lied, helemaal in die stemming, zit vol met kwinten en tertsen. Het moet licht en niet statisch, en vooral speels en vlot gezongen worden. Op de site ziet het er nogal lang en ingewikkeld uit, maar je zult al gauw ontdekken dat in die brij van noten twee variaties op hetzelfde lied zijn verstopt, die elk maar negen maten lang zijn. Het eerste stukje is de basismelodie en het tweede stukje is een variatie daarop. In feite is het een lied met zes verzen, waarvoor een melodie en een variatie is gebruikt. Het notenmateriaal is dus veel simpeler dan het bij de eerste oogopslag lijkt. Als we het eerste vers kennen, gaan we staan en stampen bij sta ik graag stevig op de grond. Bij twee mogen de vissen, door bijv. twee armen te bewegen, door het water schieten en zo verder met vleugels, de zon, enz. Ik zou iedereen willen uitnodigen ook zoiets zelf te maken. Dat is niet zo moeilijk als het lijkt. En als je er in gelooft, dan doen de kinderen dat ook! Je kunt ook beginnen er een eigen tekst op te maken.

Bert Verschoor – klassenleerkracht en dirigent schoolkoor regio Rotterdam


9-10 jaar

Chilliwack – canon

Een lekker pittig wake-up-lied, dat niet zozeer om het schone zingen, als wel om de dynamiek van de beweging gaat. Bij het voorzingen eerst natuurlijk laten raden waar het lied over gaat. Nee, niet over eenden…… Het klapspel gaat als volgt: op het woord Chilliwack komt de 'galopklap' (klap in de handen / r-hand op r-knie / l-hand op l-knie), op wack-wack nog twee keer op de knie, op in Bie-Cie gewoon drie klappen in de handen geven. En dan ondertussen zingen. Of fluisteren. Of alleen het ritme doen. Laat één van de kinderen eens dirigeren en aangeven wanneer de verschillende groepen moeten starten. Een leuke uitdaging, want het is behoorlijk lastig. Het einde kan spannender worden door elke partij aan het eind het wack-wack-wack te laten herhalen tot iedereen dat aan het doen is. Dan kan je kiezen: een fade-out, of een gelijktijdig slot, of naar de groep wijzen die moet doorgaan, etc. En dan mag het best een beetje kwakend klinken. Die nasale klank oefenen is overigens een prima stemvormingsoefening!

Devinette – canon

Een juweeltje van een canon over een kikker die met een grote sprong in het water belandt. Zing het lied rustig en gebonden, dan komen de klanken het beste tot hun recht. Dan krijgen de kinderen ook de kans de specifieke Franse klanken mooi te verzorgen. Het lied zingen met alleen Franse 'on'- en 'en'-klanken als vocalise is als vooroefening een aanrader. Ook altijd mooi om dit soort klankcanons als luisteroefeningen in te zetten: bijvoorbeeld met z’n allen in een kring en omgedraaid staan bij het zingen. Of een groepje van zes kinderen laten voorzingen terwijl de rest luistert, of een tweestemmige kwint D-A  eronder laten zoemen door enkele kinderen terwijl de rest van de klas in canon zingt. Ook het laten uitlopen van de canon (na elkaar eindigen) draagt bij aan het (na-)luisteren.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


11-12 jaar

Drie kameraden – spreektekst

Deze spreektekst vinden de kinderen van vijfde klassen heerlijk om te doen, maar heeft tegelijkertijd niet zo’n lange houdbaarheidsdatum, is mijn ervaring. Dat wil zeggen: ga er niet te lang mee door, op een gegeven moment wordt het vervelend. De maatwisseling maakt dat de dreun van de 2/4-maat even doorbroken wordt, en de alliteraties en het rijm maken dat het lekker 'bekt'. In canon lopen de partijen vlak achter elkaar aan en dat geeft allerlei mogelijkheden voor uitvoeringen: de juf of meester die in z’n eentje de eerste partij vormt en de klas die er in één of twee partijen achteraan loopt, daarbij precies de intonatie van juf/meester imiterend. Of een kind dat alleen de eerste partij doet en de rest van de klas fluistert de tweede partij. Ook erg leuk is de met/zonder kunstgebit-uitvoering: de tekst wordt uitgesproken alsof iemand zonder kunstgebit spreekt, vrijwel zonder articulatie en voornamelijk de klinkers; op een teken gaat het kunstgebit in en wordt het vervolg  van de tekst overdreven goed uitgesproken. Spelenderwijs aan articulatie oefenen.

Chlungi Halunki – canon + piano

De Alpenrumba is een fijne uitdaging voor een zesde klas: ritmisch, veel tekst, drie onafhankelijke partijen. Eenvoudig te begeleiden met twee akkoorden op piano of gitaar (evt. zelfs met Orff-instrumenten). De betekenis van de tekst is raadselachtig, eigenlijk is alleen de tekst reg di nit so uf! te herkennen (maak je niet zo druk). Verder is het een soort quasi-Zwitsers dat vraagt om een actieve en expressieve articulatie. Het einde van elke regel is het moeilijkst: het Wäggem leidt steeds naar de volgende regel, maar het so chlumm! is afsluiting van de regel. Ook bij het afsluiten van het lied is het so chlumm! de laatste kreet. Misschien is de zesde klas zelfs nog zover te krijgen dat ze bewegingen bij het lied bedenken…..

Matthijs Overmars


13+ jaar

Miserere mei, Domine – dubbelcanon

Canons maken konden ze rond 1600 als de beste, met pas kort een hele stijlperiode met doorimitatie (de Renaissance) achter de rug. De kunst van de polyfone compositietechniek komt in deze dubbelcanon van J.P. Sweelinck prachtig tot z’n recht. Tweestemmig is het stuk al de moeite waard, maar als na twee maten nog twee stemmen inzetten ontstaat een verrassend mooi weefsel van klank. Deze verrassing is mooi om te beleven met pubers. Er hoeft niet per se met gelijke stemmen gezongen worden, als er met mannen en vrouwen wordt gezongen is een mooie volgorde S/B en T/A als groepen. De eerste acht maten kunnen zo vaak worden herhaald als gewenst, voor de afsluiting moet afslag 2 gekozen worden, waarbij het stempaar dat het laatst is ingezet de fermate onder het 2-tje neemt. De alt zingt dan de laatste noten van het stuk.

Célébrons sans cesse – canon

De melodie van deze canon van Orlando di Lasso doet niet vermoeden wat een klankwereld de vierstemmige versie oplevert. Omdat de tekst Célébrons sans cesse…. de tweede keer net voor inzet 3 komt, maar wel hetzelfde kopmotief heeft als de eerste keer, ontstaat er een soort echo in het lied die steeds van een andere kant in het koor komt. Het is mooi als in een gemengd koor deze echo in hetzelfde octaaf klinkt, en dat pleit voor een gemixte volgorde van inzetten, bijv. S-T-A-B, of B-S-T-A. Het mooiste is als er een eindpunt wordt gekozen waarbij de fermate in maat 4 door één van de vrouwenstemmen gezongen wordt, dan is de ligging van het slotakkoord het mooist. Overigens is ook dit plotselinge moment van harmonie verrassend. Zorg er wel voor dat het lied eenstemmig heel sterk staat, in de meerstemmigheid liggen vergissingen steeds op de loer. Het resultaat is zeer dankbaar.

Matthijs Overmars

 

Pr
i
kbord