Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

januari 2016

4-6 jaar

Waar is je arm?

Een leuk aanwijsliedje om de verschillende lichaamsdelen te leren kennen. Natuurlijk kunnen ook andere lichaamsdelen worden genoemd, al zal dan het rijm misschien verdwijnen. Vraag de kinderen om ideeën. Extra leuk wordt het als de kinderen het met de ogen dicht moeten doen, en zich een voorstelling moeten maken waar alles zit. Ten slotte kan je ook de lichaamsdelen die aangewezen worden stil zingen; alleen maar wijzen. Of een van de kinderen wijst aan en zingt niet, terwijl de anderen juist moeten zingen wat er aangewezen wordt.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School

Witte, witte winter

Een prachtig pentatonisch liedje van Elisabeth Lebret waarin in beeldrijke taal de winter beschreven wordt. Beeldrijk en daarmee bijna voelbaar, zoals de hermelijnen velletjes, de vlokjes, de hagel. Alles kan daardoor ook uitgebeeld worden, terwijl de melodie van boven naar beneden en weer terug meandert. In een hogere klas kan ook de Engelse tekst gebruikt worden, of misschien zelfs wel in de kleuterklas? Van het lied bestaat ook een versie waarin alle coupletten bezongen worden: Het lied van vier seizoenen. Het is dan leuk dat als in de winter het couplet Witte, witte winter gezongen is er enkele maanden later een nieuw lentecouplet op de zelfde melodie verschijnt. Zo ontstaat een samenhang tussen de seizoenen door het jaar heen. Het lied laat zich ook goed spelen op de fluit, met steeds de dalende tonenreeksen in het pentatonische scala.

Matthijs Overmars


7-8 jaar

Bim-bam, biddy biddy bam

Hoe simpel dit liedje ook is, de kinderen smullen ervan, en helemaal als de bewegingen erbij worden gedaan. Een klap op de ‘bim’, een vingerknip op de ‘bam’ en een enkele tik op het bovenbeen bij ‘biddy’. Begin natuurlijk langzaam of misschien alleen met de klap, en laat de rest alleen nog zingen. Zo kan het uitbreiden en steeds moeilijker worden en je kunt er van op aan dat de kinderen het in de pauze buiten staan te doen! Nog een paar vervolgstappen (wellicht voor een hogere klas):

  • Vervang het zingen van ‘bim’ door alleen te klappen, zodat er zingend gaten vallen in het lied die met gebaren opgevuld worden. Zo kunnen langzamerhand alle gezongen klanken vervangen worden.
  • Verdeel de klas in drie groepen, elke groep heeft een eigen klank waardoor het lied verspreid over de klas gezongen wordt. Lastig!

Matthijs Overmars

Ten in the bed + piano

Een liedje dat direct uitnodigt om het te gaan uitspelen: tien kinderen liggend op een kleed in de zaal/klas, die bij ‘Roll over!’gaan rollen, en er valt er eentje uit. Met de overgebleven negen gaat het net zo, totdat een laatste alleen over blijft. Een liedje om de Engelse getallen te leren, op een telwoord wordt bijvoorbeeld een klap gegeven. Het ‘Roll over!’ kan solistisch worden gezongen, bijvoorbeeld van onder een doek vandaan (onder de dekens). Afgesloten kan worden met het terugrollen van de ene overgeblevene naar het midden van het kleed onder het gezamenlijk spreken van ‘I got the whole bed to myself!’

Matthijs Overmars


9-10 jaar

Stille winter + tegenstem

Een prachtig winterliedje van Matthijs Tideman met een optionele cellobegeleiding. De rust en stilte spreken sterk uit de melodie met fraaie beelden in de tekst van Tatjana Dam. Kies een rustig tempo, de maatwisselingen volgen heel vanzelfsprekend. Door het ritmische verloop wordt de maat nog maar zwak gevoeld en ontstaat de wat zwevende stemming in het lied. De cellopartij is overigens niet geschikt voor een beginnende cellist, vooral omdat de melodie een eigen contrapunt heeft met de gezongen melodie en deze ritmisch aanvult, daardoor is de cellopartij een heel zelfstandige partij. Misschien dat een hogere klas een keer de cellopartij onder het lied kan neuriën, wanneer het bij een weekopening of jaarfeest gezongen wordt.

Matthijs Overmars

Hoe Henk ook schaatst – canon

Een gekke canon die gebaseerd is op het Engelse lied Great Tom is cast. Knap hoe de Nederlandse versie in klank de Engelse nabootst, terwijl de thematiek een volstrekt andere is. In dit lied is articulatie het geheim voor een succesvolle uitvoering. Vooral de ‘4‘ wordt nogal eens ingeslikt. Hoe oefen je articulatie? Door het lied eens te fluisteren, of het een keer zónder kunstgebit (mompelen, weinig medeklinkers) en daarna mét kunstgebit te zingen. Of dat tijdens het lied te laten wisselen: ik laat dan een dichte vuist zien als er gemompeld moet worden en een half open vuist met zichtbare vingers als ze goed moeten uitspreken. Zo wordt ook deze aanwijzing een spel, en spel is wat kinderen motiveert om te leren.

Matthijs Overmars


11-12 jaar

Though my soul may set in darkness – canon

Aan sommige liederen zie je het niet af, maar dit is echt een juweeltje! Qua thematiek prachtig in de donkere wintertijd passend, waarbij de sterren troostrijk zijn. Een gedeelte uit een gedicht van Shakespeare. Zing de melodie met rust, goed uitgesproken, geen haast, mooi op de adem. Alleen de melodie voor ademhalen onderbreken op de rust in maat 3 en na de komma in maat 5. Als het lied in canon gezongen wordt komen de harmonieën aan het licht, als een kleurrijk schouwspel van stralende sterren aan de hemel! Een wonderschoon lied dat de kinderen diep kan raken, zowel door de klank- en beeldrijke tekst als de zwermende, harmonieuze samenklanken.

Matthijs Overmars

Makedonsko devojce

Het Macedonische volksliedje Makedonsko devojče is geschreven door Jonče Hristovski in 1964. De onregelmatig samengestelde maatsoort, 7/8, is een uitdaging op zich en geeft het lied een swingend ritme. Om de kinderen vertrouwd te laten raken met deze maatsoort kun je, voorafgaand aan het zingen, wat ritmeoefeningen doen:

  • Laat de kinderen steeds tot zeven tellen en meeklappen, waarbij de accenten (hardere klap) komen te liggen op de 1e, 4e en 6e tel, dus: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 = 1, 2, 3, 1, 2, 1, 2. Je kunt zelf alleen de accenten meespelen op de trom.
  • Laat een kind met een goed maat-/ritmegevoel op een trom slaan. De rest van de klas gaat in een kring staan en gaat in het rond lopen. De stappen komen op de accenten. Er ontstaat nu een leuk loopritme dat bijna als vanzelf op dansen gaat lijken. Dit kan het begin zijn van een kringdans of reidans.

Laat de kinderen zelf danspasjes bedenken, of kijk voor inspiratie op internet met trefwoorden als: Balkandans, kringdans, reidans.

Jacomijn Bardeloos – klassenleerkracht Rudolf Steinerschool Haarlem


13+ jaar

Storming, roaring, wintry winds – canon

Een winterse, lastige, krachtige en daarmee zeer uitdagende canon van Joseph Haydn voor gevorderde zangers. Besteed veel tijd aan het eenstemmig op orde brengen van het lied, want met alle rusten en gepuncteerde ritmes is een vergissing snel gemaakt. Tegelijk moet het lied heel dynamisch gezongen worden: bulderend, ijzig, snijdend, als een sneeuwstorm die bedwongen moet worden. Het combineren van een krachtige uitspraak met een verzorgde melodie is de uitdaging, om het lied later in het driestemmig zingen goed te laten klinken. Natuurlijk heeft Haydn er voor gezorgd dat de rusten in de ene stem opgevuld worden met noten in een andere stem, het effect daarvan is dat de sneeuwstorm vanuit alle onverwachte hoeken komt en geen moment van rust geeft. Zo ook het slot: het einde is het opeenvolgen van ‘Storming’(maat 1), ‘lashing’ (maat 6), ‘and flaming’ (maat 11). Geen tonen aanhouden, juist de rusten! Een plotseling en onverwacht einde.

Matthijs Overmars

Daar was een wuf die spon – 3-stemmig

Door de leuke zetting van dit Oudhollandse liedje is dit een muziekje om van te smullen. Het vraagt een grote wendbaarheid van de stemmen, een scherpe en accurate articulatie (‘gizegaze goeze’) en een goed gevoel voor timing. De inzetten van couplet en refrein zijn steeds imiterend, en als er een flink tempo gekozen wordt (in tweeën) dan buitelen die inzetten over elkaar heen. Het voelt bijna als een wedstrijd waarbij de drie stemmen ongelijk starten, maar wel tegelijkertijd over de finish moeten komen! Natuurlijk heeft de tekst van het lied een dubbelzinnige betekenis, hoe ver dat gaat is niet helemaal te doorgronden (‘haar mutse stoeg verdraaid….?’), maar in het laatste couplet blijkt de ontrouw van het wuf onverbloemd.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord