Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

juni 2016

4-6 jaar

Tierelierelier

Een kruideniersliedje van de onvolprezen Herman Broekhuizen. Hier ligt een spel voor de hand: een klant komt bij de toonbank van de kruidenier (weten de kinderen nog wat dat is?), doet een bestelling en gaat daarna weer weg, de kruidenier groetend. Een tweede klant komt bij het tweede couplet en koopt weer wat anders. Natuurlijk gaan we er nog meer coupletten bij verzinnen, wat wil de klant nog meer bij de kruidenier kopen? Twintig eieren, één stuk kaas, etc. Kunnen de kinderen al een beetje rijmen, want dan worden de nieuwe coupletten natuurlijk het mooist. En zijn er al kinderen die als klant hun bestelling solo willen zingen?

Vertel eens vlinder

Een heel mooi liedje over de verschillende stadia van rups, cocon en vlinder, waarin de vlinder vertelt hoe het was om zo te zijn. Een fijn liedje voor in de zomer als we op mooie dagen vlinders kunnen zien. Hoe ze vliegen, dartelen, we kunnen het met onze vingers en handen meedoen. Tijdens het zingen van het lied doen we alle bewegingen mee, en ervaren hoe we van een passieve, beperkte rups worden tot een vrij vliegende vlinder. Het lied kan ook zo gezongen worden dat het eerste couplet als een soort refrein fungeert: het wordt steeds tussen de coupletten door gezongen en in elk couplet vertelt de vlinder weer iets uit zijn levensverhaal.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


 

7-8 jaar

In de nacht, ay-ah-ah

Een prachtige melodie van de Cherokee-indianen, als wiegelied voor de kinderen die slapen gaan. De wiegende beweging komt mooi terug in de melodie, die zich van boven naar beneden beweegt, en kan dan ook uitgebeeld worden met de armen. Het lied beweegt zich tussen pentatoniek en mineur in, blijft daardoor wat zweven. Er kan een mooie wisselzang ontstaan door alle ay-ah-ah’s gezamenlijk te zingen en de overige tekst door enkele kinderen te laten voorzingen. Je kunt dan kiezen voor de Engelse of de Nederlandse tekst. Of allebei na elkaar, zodat de betekenis van het Engels goed overkomt. Een liedje dat rust in de klas kan brengen, alleen al door het voor te fluiten en mee te laten neuriën.

Siebenhundert Schimmel

Kinderen vinden dit een heerlijk liedje vanwege de geluiden die steeds tussendoor klinken: ‘hü-hott, hü-hott’, ‘sapperlott, sapperlott’, ‘uh-uh-uh’. Bedenk daar bewegingen bij, eerst voor de paarden, dan voor de engelen, dan voor het naar beneden vallen. Als het liedje in een kring wordt gezongen kan een van de kinderen in het midden staan en de bewegingen voordoen, waarna de overige kinderen ze nadoen. Aan het einde van het liedje kan er bij ‘Und das bist du!’ gewezen worden naar een nieuw kind dat in de kring mag.

Matthijs Overmars


 

9-10 jaar

Let us sing together – canon

Deze vrolijke canon met wat korte swing-ritmes wordt graag door vierdeklassers gezongen. Omdat van de vier regels er drie zijn die op dezelfde manier eindigen, is het beter de canon niet vierstemmig te zingen, maar twee- of driestemmig. Anders wordt het steeds aan het einde erg kaal van klank. Wat natuurlijk wel kan is dat je de canon niet zingt maar ritmisch speelt: klappen, tikken, wrijven in de handen, slaan op de knie, klanken genoeg om te bedenken. Dan is het juist fijn als de ritmes elkaar aan het eind van elke regel vinden. Deze werkvorm kan ook met kleine groepjes gedaan worden, bijvoorbeeld twee kinderen per stem. En natuurlijk kan dit aanleiding geven om aan de kinderen te vragen zélf klanken te bedenken bij het lied, dan komen er ideeën waar je zelf nooit op gekomen zou zijn!

There’s a hole in my bucket + piano

Een heerlijk lied waarbij je in de opeenvolging van de coupletten steeds sterker gaat voelen waar het op uitdraait: alles wat nodig is om het gat in de emmer te maken wordt onmogelijk, omdat in het laatste couplet blijkt dat …. er een gat in de emmer zit. Altijd weer een genot om daar op uit te komen. Het lijkt een lied met erg veel tekst, maar de tekstherhalingen zijn talrijk. Per couplet gaat het om slechts enkele nieuwe woorden, leuk voor de Engelse les. Omdat het om een twistgesprek tussen Liza en Henry gaat kunnen de coupletten verdeeld worden over meisjes en jongens, of gewoon twee groepen. Liefst tegenover elkaar, waarbij ze al zingend met handgebaren hun opvattingen kracht bijzetten. Een eenvoudige gitaarbegeleiding (drie akkoorden) is een aanrader.

Matthijs Overmars 


 

11-12 jaar

Hé tiki kauw – spreekcanon

Deze rappe spreektekst met woorden die niets betekenen ‘bekt’ lekker, en vraagt om een actieve uitspraak. De canon lijkt makkelijker dan hij is, dat komt enerzijds doordat de inzetten steeds na een onregelmatig aantal maten komen en er dus weinig symmetrie gevoeld wordt, anderzijds omdat er lastige rusten inzitten. In de praktijk blijkt dat het woordje ‘mama’weleens te vaak wordt gezegd. Maar als het eenstemmig eenmaal strak loopt, dan kan er in canon gesproken worden en wordt het heel virtuoos! Leuk is het, wanneer de canon goed gekend wordt, om een klein groepje (drie?) kinderen tegenover de rest van de klas te zetten, en de uitdaging is dan om het vol te houden en niet uit het spoor geblazen te worden. De opdracht aan de grote groep is dan om weliswaar krachtig te spreken, maar te blijven luisteren naar de kleine groep, zodat er niet geschreeuwd wordt, en de wedstrijd eerlijk blijft.

Kosakentanz – 2-stemmig

Een lied dat klinkt als een dollemansrit op paarden, waarbij de coupletten afwisselend voor de jongens en de meisjes zijn. Eigenlijk is er tijdens het zingen van dit lied geen plaats om adem te halen, dat zou ervoor pleiten om meerdere zanggroepen te formeren die elkaar afwisselen. De twee partijen zijn gelijkwaardig aan elkaar, en geven elkaar de ruimte om de tekstgedeelten te laten horen. Die zijn niet eenvoudig. Het tempo moet uiteindelijk hoog liggen, daarmee wordt het een virtuoos en daarmee uitdagend lied, heerlijk om te doen. Een iets eenvoudiger variant is het zingen van alleen de eerste partij, maar dan in canon: de jongens beginnen met ‘bam-bam-bam’, na vier maten komt hun eerste couplet ‘Fern nach Süd…’, op datzelfde moment starten de meisjes met ‘bam-bam-bam’, en zij zingen na vier maten hún couplet ‘Willst, Kosak…’. Op het slotwoord ‘hei!’ is natuurlijk van alles denkbaar dat de klank kracht kan bijzetten: een sprong, een schreeuw, een klap in de handen, verzin het maar.

Matthijs Overmars


 

13+ jaar

On the hills – canon

Deze canon voor Sint Jan heeft een rond en stromend karakter, golvend van hoog naar laag. In zijn meerstemmigheid komt de muziek pas goed tot zijn recht. Fraai hoe de meerstemmigheid in de eerste maat ontstaat vanuit het octaaf A-a. Er moet ergens met de adem gesmokkeld worden tussen regel één en twee, een echte ademplek is daar niet. Bij het eindigen moet de eerste partij het woord ‘turning’ twee keer op de noot a zingen. Zo eindigt het lied ook weer met een octaaf. Ook voor iets jongere kinderen is deze canon goed te zingen.

Fine knacks for ladies – 4-stemmig

Een marktlied uit de 16e eeuw van John Dowland, de beroemde Engelse madrigalist van wie nog vele prachtige meerstemmige liederen bewaard zijn gebleven. Deze liederen werden natuurlijk niet op de markt gezongen, maar in huiselijke kring als vertier, waarbij men de grappige spitsvondige teksten meestal nog meer kon waarderen dan de fraaie muziek. Wetend dat deze muziek doorgaans enkel bezet werd gezongen, is het goed om de lichtheid ervan in stand te houden, ook wanneer het door grotere koren wordt gezongen. Pas op voor de kleine ritmische verschillen tussen de melodieën in de verschillende stemmen, houd ze licht en exact, het is nuttig om in stemparen te oefenen, zodat ieder hoort wat de andere partijen zingen. Apart is de Nederlandse herdichting die door Wim Vroon is gemaakt; daarin kunnen we nog beter de steelsheid en de dubbelzinnigheden beleven.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord