Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

maart 2015

4-6 jaar

Hinkel-de-pinkel

Een liedje om te leren hinkelen en het evenwicht te bewaren. De kleuters staan in een stilstaande kring, waarbinnen één kind hinkelt. Bij de tekst ‘met de handjes op de rug’ wordt er gehinkeld met de handen op de rug. En bij ‘dan weer terug’wordt er achteruit gehinkeld. Degene voor wie het kind aan het eind van het liedje staat is dan aan de beurt.

'k Heb een stuiver in mijn hand

De kinderen staan óf in een kring óf voor een groepje kinderen die naast elkaar in een rijtje staan. Eén kind staat met gesloten ogen in het midden van de kring (of voor de rij). De kinderen  geven elkaar tijdens het zingen een muntje door. Aan het einde van het lied opent het kind de ogen en raadt wie het muntje heeft. Raadt het goed, dan moet het kind dat het muntje heeft zelf in het midden van de kring, of voor de rij gaan staan. Raadt het verkeerd dan is het kind nog een keer aan de beurt. Een goede oefening om niet verraden als je het voorwerp hebt!

Annie Langelaar


7-8 jaar

Bigi kaiman (1) – 1-stemmig

Een heerlijk liedje voor een tweede klas, de grote krokodil die met z’n gevaarlijke bek ‘tjoewe, tjoewe’ roept. Wat voor een geluid maakt een krokodil eigenlijk? En dan zit er ook nog een lekkere swing in het liedje, je kunt met een trommel al snel een oerwoudsfeer creëren. Let op dat de syncope in maat 2 niet te haastig wordt gezongen. Bij het zingen van’tjoewe, tjoewe’ kunnen de kinderen hun handen voor hun mond laten bewegen als het openen en sluiten van de krokodillenbek. Mooi om te eindigen is het steeds zachter zingen en zo laten wegsterven van het ‘tjoewe, tjoewe’ in de laatste maat. Zo komt na het dynamisch zingen van het lied weer rust in de klas. Het lied is trouwens ook te fluiten!

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School

April

Een pentatonisch voorjaarsliedje met stijgende en dalende kwinten die aan het geheel een heldere, activerende noot geven. Niet te langzaam, te zwaar, maar ook niet te snel zingen! De accenten, die goed moeten uitkomen, staan duidelijk genoeg in de tekst. Het melisme (= het zingen van meer noten op één lettergreep) aan het einde van het lied kan mooi worden uitgesponnen. En voor de tweedeklassers kan het liedje misschien al in het Engels worden gezongen.

Elisabeth Lebret


9-10 jaar

1 april

Kinderen zijn altijd dol op dit soort liedjes met woordgrapjes, gekke, niet bestaande woorden en idiote situaties. In de aanloop naar 1 april is dit een heerlijk lied om alvast wat in de stemming te komen. Voor oudere kinderen leent dit lied zich goed om bijvoorbeeld tijdens een taalles nóg meer voorbeelden te verzinnen die in de tekst verwerkt zouden kunnen worden. Zo komen woorden als plintentrapje en taartenhark bij ons nog steeds wel eens ter sprake!

Marieke Zoutendijk – leerkracht Vrije School Almelo

Nicht lange mehr ist Winter – canon

Een welluidende canon bij de overgang van winter naar lente, met de onvermijdelijke koekoek die zijn zang laat horen. Zowel in het (oorspronkelijke) Duits als in het Nederlands te zingen. Het lied is met uitzondering van de koekoeksroep geheel homofoon, en het akkoordschema eenvoudig. Daardoor is het geschikt voor het beginnende canonzingen, de verschillende melodieën van de vier stemmen voegen zich moeiteloos in elkaar. Bij vierstemmige canons zoals deze is het aan te raden om niet meer dan driestemmig te zingen. Doordat er dan steeds een regel níet klinkt, verandert de canon steeds van klank. Dat is zowel voor de zangers als voor de luisteraars aangenamer.

Matthijs Overmars


11-12 jaar

De priem, de secunde – canon

In dit lied is rond de intervallen een canon geschreven, en een behoorlijk ingewikkelde ook! Mijn ervaring is dat een zesde klas de canon prima kan zingen, maar bij het instuderen is één ding van het grootste belang: de ongelijke volgorde van de inzetten van de drie tekstregels. Eerst regel drie (ied’re toon), één tel later regel één (De priem) en weer twee tellen later regel twee (alle, alle). Als je dat droog geoefend hebt, en de kinderen horen dat dit de goede volgorde is, dan zetten ze later, bij het zingen van de volledige canon goed in, omdat ze luisteren naar deze volgorde. Het interval sext geeft nog wel eens onrust bij de kinderen, vanwege de associatie met seks, maar het gewoon benoemen daarvan haalt de lading daar snel van af.

When daffodils on fields – canon

Een verrassend mooie canon over de narcissen in de lente, geschikt voor klassen die al veel ervaring hebben met canonzingen. Interessant is het steeds voorkomen van spannende dissonanten die oplossen, en alleen als de kinderen in staat zijn die meerstemmigheid ook werkelijk te horen komt de canon echt tot leven. Wanneer zingen en tegelijkertijd luisteren nog moeilijk is, is het een idee om de klas in vijf groepen in te delen, zodat één groep steeds vier maten rust heeft en kan luisteren, voordat ze zelf opnieuw moeten inzetten.

Matthijs Overmars


13+ jaar

Turn the glasses over – Quodlibet – quodlibet

Een prachtig quodlibet voor de middenbouwklassen. Stoer voor de ik-ben-groot-dus-ik –wil-niet-meer-zingen-jongens en ook lekker voor de meisjes die mooi uit willen halen in het zingen. Twee mooie liederen over zeereizen en drinken, twee kanten van het goede leven. Beide melodieën zijn pentatoon, waardoor ze mooi samen gaan en er veel mee te spelen is. Begin met het 'Turn your glasses over now’ en leer dit viva voce aan, eventueel met een lekkere beweging eronder. De tekst is kort en eenvoudig, de melodie is herhalend en simpel. Maak er zo snel als mogelijk een canon van. Het kan worden ingezet na een hele maat, maar ook na een halve maat en zelfs na één tel (na twee maten is het niet interessant vanwege de herhalende melodie). Zo kan het twee-, vier- en zelfs achtstemmig worden, waarmee het café al goed gevuld is met drinkers en zangers! Dan het zeillied welke, eenmaal geleerd, ook in canon kan worden gezongen. Het bestaat uit twee delen: 'I’ve been to Harlem….' en ‘Sailing east…..'.  Voor de canon is dit de mooiste inzet, maar andere inzetten zijn ook denkbaar (na twee of vier maten). Wanneer beide liederen goed gekend zijn, kan er gespeeld worden 'in de kroeg'. Het drinklied wordt ingezet, en wordt canon, het zeillied voegt zich erbij, en wordt ook canon. Je kunt ook even luisteren en dan weer instappen, alsof je even een drankje aan de bar gaat halen. Laat het los en geef de kinderen vrijheid om ermee te spelen. Eventueel nog eens door elkaar heen bewegen om te horen wat iedereen te vertellen heeft, maakt dit lied nog meer tot een feest. Natuurlijk kan het lied ook heel gestructureerd worden aangeboden. Voel je vrij en speel ermee! Er kunnen ritmes worden toegevoegd, een bourdon met een open kwint d-a en b-fis in afwisseling enzovoort.

Marcel van Os – muziekdocent Vrijeschoolpabo Leiden

Bizakodó – canon

Een Hongaarse ontdekking van de componist Lajos Bardos, een eenvoudige canon in mineur en veel dalende lijnen, maar toch opwekkend en levendig. De titel Bizakodó betekent optimistisch, en het Hongaarse bijschrift zegt ‘Op dezelfde manier te zingen bij slecht en bij goed weer’. Enigszins cryptisch, maar ook wel weer hoopvol. Het lied is vrij omslachtig vierstemmig uitgeschreven, omdat voor de vier stemmen de einden verschillend zijn. De canon zelf speelt zich af tussen de dubbele strepen met herhalingstekens en kan zo vaak gezongen worden als gewenst. Om te eindigen (een prachtig vierstemmig slotakkoord) moet eenvoudigweg niet meer herhaald worden, maar door gezongen worden bij slot. Pas op voor zakken en een te hoog tempo!

Matthijs Overmars

 

Pr
i
kbord