Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

maart 2016

4-6 jaar

See my fingers walking!

In dit liedje staan de vingers zelf centraal als vingerspelletje. Ze lopen, rennen, springen, glijden (schaatsen). Ze kunnen dat op het bovenbeen doen, en bij de knie moeten ze dan natuurlijk achteruit, anders vallen ze eraf. Kies verschillende combinaties van vingers: wijsvinger en middelvinger, middelvinger en pink, misschien duim en pink. Als je met twee handen tegelijk het spelletjes doet is het een uitdaging om de ene hand voorwaarts en de andere hand achterwaarts te laten lopen, springen, rennen etc. Bij het grote huis wordt halt gehouden en op de deur geklopt. Hier kan de ene hand als een huis dienst doen, met een poort tussen duim en wijsvinger, en de vingers van de andere hand kunnen aankloppen en naar binnen wandelen.

Het liedje is (voor hogere klassen) ook goed op de fluit te spelen, en dan zijn de vingeroefeningen natuurlijk erg handig voor het aanleren van de fijne motoriek bij het fluitspel.

Matthijs Overmars

Achter in de bergen

Dit lied is helemaal in de pentatonische sfeer gehouden. Er is echt geen grondtoon te bespeuren, elk zinnetje eindigt met die zwevende toon e; een vraag inhoudend, een geheim, dat niet prijsgegeven wordt. Trouwens, wat zou een grondtoon hier moeten bewerken? De trol, een sprookjesfiguur, die gekarakteriseerd wordt door dofheid en slaperigheid, geeft geen aanleiding tot die positieve klank, die de grondtoon brengt. En de zonnestraaltjes, die de lente aankondigen, doen dit ook in die geheimzinnige natuurtaal, die de pentatoniek eigenlijk is. De laatste zin zou wel met de grondtoon kunnen eindigen, maar alle andere zinnen eindigen op g–d–e. Dan is het voor een eerste klas te moeilijk, om de laatste zin anders te eindigen. Dat zou teveel bewustzijn vergen! Het spreekt vanzelf, dat dit een speellied is. Hoe heerlijk, om de trol aan zijn neus te kriebelen, en hoe moeilijk, om dit niet te vroeg te doen!

Elisabeth Lebret


7-8 jaar

De dagen van de week

Dit leuke liedje van Bert Verschoor leert de kinderen de dagen van de week. Het is een dorische melodie, dat betekent dat de toon b in maat 4 een bijzondere toon is, pas op dat het geen bes wordt! Het is als het ware een kort majeur-moment in de mineurmelodie. Er is goed een spel omheen te maken: zeven kinderen voor de klas, ieder staat voor een dag van de week. Als het betreffende couplet van een kind gezongen wordt kan het ontwaken en iets uitbeelden dat bij het couplet of de dag van de week past. Let op dat de tekstplaatsing op de noten per couplet wisselt, dat moet (misschien door de kinderen?) even goed uitgezocht worden, zodat alles op de noten past. Sommige noten moeten daarbij weggelaten worden.

Pussycat, pussycat

Het is een mooi verhaaltje dat achter dit lied zit: het verhaal van de kat die in het 16e -eeuwse Engeland op Windsor Castlerondstruinde en zelfs toestemming van de Queen kreeg om in de troonzaal muizen te vangen. Dat thema kan nog wel vanuit de eigen fantasie wat uitgebreid en aangevuld worden….. Dit liedje geeft aanleiding om in wisselzang te zingen, vraag en antwoord. Het is jammer dat er niet meer coupletten zijn. Een heerlijk liedje voor de Engelse les, maar ook voor de fluitles, het is goed te spelen op de Choroifluit of de bamboefluit.

Matthijs Overmars


9-10 jaar

Oranges and lemons + tegenstem

Dit populaire spellied heeft zijn oorsprong in de 17e eeuw. De namen van de klokken in het lied zijn gerelateerd aan een aantal van de vele kerken die de stad Londen rijk is. De melodie die dit kinderrijm begeleidt bootst de klanken na van de klokken van deze betreffende kerken. In het lied volgen na het ‘gesprek’ tussen de kerkklokken nog drie sinistere regels, maar waarom? De Great Bells of Bow werden vroeger gebruikt om executies in de Newgate Prison aan te kondigen; deze voltrokken zich door onthoofding. De avond voor de executie sprak de wachter de terdoodveroordeelde toe met de woorden ‘Here comes a candle to light you to bed’ om deze de gelegenheid te geven om nog in het reine te laten komen met God en zijn lot. Het bijbehoorde spel is een combinatie van ‘Witte zwanen, zwarte zwanen’ en touwtrekken, of zoals de Engelsen zeggen ‘tug of war’. Zie de spelbeschrijving bij het lied.

Jolente Regeling

The mulberry bush

Vanwege de vele tekstherhalingen is dit lied prima te zingen voor een vierde klas. Er staat bij de liedtekst ook nog een uitgebreidere tekstversie, het lied kan daardoor lang doorgaan. De melodie heeft een fijne schwung, de teksten kunnen uitgebeeld worden, zoals in het spel dat bij de bladmuziek beschreven staat. De beweging van het lied maakt dat je er graag op huppelt, dus met z’n allen naar de zaal. Als je klas te lang in het lokaal heeft stilgezeten dan hebben ze na dit lied hun portie beweging wel weer gehad!

Matthijs Overmars


11-12 jaar

When winter is passing – canon + ostinaat

Dit is een mooie stemmige canon op de grens van winter en lente. Met een ostinate partij die goed op een (laag) instrument mee te spelen is, bijvoorbeeld: cello, linkerhand piano, gitaar. Ook kunnen gitaren ingezet worden om de (drie) akkoorden als begeleiding te spelen. Op harp zou dit nog mooier zijn, met gebroken akkoorden. Het lied krijgt dan een elegante hoofse stijl, die zo past bij de Engelse volksmuziek. Het toevoegen van melodie-instrumenten als viool en fluit is ook een verrijking. De dorische toonreeks geeft het lied een lichte toets binnen de mineurstemming. Let op de laatste regel van de canon: hierin zitten enkele noten die snel verkeerd worden gezongen.

Aus den hellen Birken (2) – 2-stemmig

Dit mooie lied met een beeldend natuurtafereel wordt heel graag door een zesde klas gezongen. De tweestemmigheid is heel vanzelfsprekend en niet moeilijk. Het lied begint eenstemmig en waaiert dan meerstemmig uit. Let op dat elke regel op één adem gezongen wordt, niet halverwege ademen, dan breekt de zin. Het lied lijkt hoog in de tweede regel, maar met een lichte stem is de hoge f goed te halen. Kinderstemmen kunnen doorgaans makkelijk hoog, als het maar ontspannen en licht gebeurt. In dit lied kunnen de onbeklemtoonde tweede lettergrepen van woorden als hellenBirkenstillenFelder etc. speciale aandacht krijgen. Leer de kinderen luisteren naar een lichte slotklank é in plaats van de Nederlandse uh.

Matthijs Overmars


13+ jaar

Lolo mi boto (3) – 3-stemmig

Een fijn Surinaams lied voor een zevende klas/brugklas, het combineert een swingend ritme met een eenvoudige bijna ostinate onderstem, die qua ligging prima past bij jongens die aan het muteren zijn. Ook de gelijke ritmes van de drie stemmen maakt dat het lied snel beklijft en driestemmig gezongen kan worden. Bij het aanleren is het ritmisch spreken van de tekst een goede start, want de tekst is het struikelblok in dit lied. Daag de kinderen uit de o-klanken met zorg te zingen, het vraagt een actieve mondbeweging, een goede oefening voor kinderen die op deze leeftijd de neiging krijgen binnensmonds te gaan praten (en zingen). Als dat lekker loopt kan de ostinaat eronder gezongen worden en kunnen de twee bovenstemmen aangeleerd worden. Een dankbaar lied dat bijna vraagt om een leuke percussie als ondersteuning.

Rundadinella (2) – 4-stemmig

Dit lied gaat over het zingen van een lied, en is eenvoudig aan te leren. Het vierstemmige refrein vraagt wat vocale acrobatiek van de sopranen, maar zingt verder lekker weg. Fraaie harmonieën, vooral fijn in samenklank na de eenstemmige coupletten die door een voorzanger gezongen worden. Het is daarbij leuk de rol van voorzanger te laten wisselen tussen enkele mensen. Het instemmen met het refrein is dan haast een steunbetuiging en een bevestiging van de voorzang die eraan vooraf ging. Zing het lied niet te traag, dan wordt het saai en langdradig. Een goede vaart erin en misschien zelfs een opstelling die heel casual is: gewoon wat in een kring, groepjes bij elkaar, stemgroepen gemengd, voor de vuist weg zingen. De refreinzangers hebben geen tekstblad nodig, want de refreintekst is steeds dezelfde.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord