Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

mei 2014

4-6 jaar

Du-du, ik zeg du

Het Du-liedje is een eenvoudig pentatonisch liedje dat vrij introvert is, en dus lang achter elkaar gezongen kan worden. Het nodigt uit om op zoek te gaan naar andere klanken: da of do of di. Zo gaan de kinderen met meer bewustzijn naar de andere klinkers luisteren, een belangrijke voorwaarde om straks in de eerste klas ook de goede letters te kunnen schrijven. Ook de medeklinkers kunnen vervangen worden: nu zingen we het hele liedje met de eerste letters van de naam van Marieke, of van Kirsten of van Wouter…..  Of maak er een raadspelletje van: zing het liedje met jo-jo, en laat de kinderen raden dat dat van Jolanda komt. Het zingen op du-du is eveneens een vooroefening voor de aanzet van het blazen bij het latere fluiten: zeer zacht zingen met een duidelijk aangezette d. Wijs bij de eerste zin naar jezelf, bij de tweede zin naar een ander en bij de derde zin met een brede armzwaai het wij van de de hele kring aan.

De vlinder

Het liedje van de vlinder wordt gezongen in de stoeltjeskring. Eén van de kinderen ligt in het midden onder een lap, het eitje van de vlinder. Tijdens het zingen van het lied wordt het verhaaltje uitgespeeld: het rupsje kruipt uit het ei, onder de lap vandaan, begint her en der wat te knabbelen, en spint zich na een tijdje weer in. Hij rolt zich in de lap en wordt een pop. Ook daar kruipt het kind weer uit en dartelt vervolgens als vlinder door de kring. Daarna kiest hij een nieuw kind uit als eitje, het nieuwe kind kruipt onder de lap en de kringloop begint weer van voren af aan.

Inge Neven – kleuterleidster Zeister Vrije School


7-8 jaar

Kom en dans met mij!

Mooi pentatonisch liedje, dat op klankstaven g – d (afgewisseld) kan worden begeleid. Natuurlijk kun je met mooie linten die je van crêpepapier of stof knipt een dans bedenken. Ook rond Pinksteren is het een fijn lied. De naam van de bloem kan iedere keer veranderen, dus dan wordt de laatste zin bijvoorbeeld: ‘Dansen met de krokuskrans, want dit is de krokusdans’. Zo kun je de bloemen die je buiten ziet direct in je lied verwerken.

Tien groene potjes

Een oude bekende, maar altijd favoriet in de eerste klas. Er circuleren verschillende tekstvarianten in den lande, maar maak het vooral tot iets van jezelf. Er vallen natuurlijk steeds meer potjes uit de kast, waardoor je tijdens het lied terugtelt. Als er nog maar één potje in de kast staat verandert je manier van zingen in een wat droevige/zielige stemming door het tempo aanzienlijk te vertragen. De tekst wordt daarna: 'Maar er was er geen gevallen, uit de glazen kast (2x) en omdat er gelukkig, niet één gevallen was, staan er nog tien groene potjes, in de glazen kast.' Pas op: hierna beginnen de meeste klassen zó weer opnieuw! Of misschien staan er nog wel tien blauwe potjes in de kast…. Wellicht ten overvloede: de tekst is natuurlijk aan te passen aan het jaargetijde, bijvoorbeeld: ‘En er staan tien zwarte Pieten, boven op het dak' enz.

Marieke Zoutendijk – leerkracht Vrije School Almelo


9-10 jaar

Chairs to mend (2) – canon

De teksten in dit lied zijn street cries, oftewel verkoopkreten van straatverkopers uit vroeger tijden: de stoelenvlechter, de visboer en de voddenboer. Deze round uit ‘Three Oxford Cries’ van William Hayes heeft een aparte opbouw van drie keer vijf maten, waardoor het steeds asymmetrisch blijft voelen. Het Engels mag lekker rauw uitgesproken worden, niet te liefjes en te braaf: er moeten klanten bereikt worden! Daardoor kan het een klas wat dynamiek en energie geven bij het zingen. Uitbeelden kan natuurlijk ook: drie marktkramen die eerst na elkaar hun waren en diensten aanprijzen, en daarna driestemmig in canon. Ook een idee voor tijdens een toneelstuk, waar dikwijls ‘marktvolk’ in verschillende scènes aanwezig is: die kunnen zich met dit lied verdienstelijk maken en van zich laten horen!

De timmermans

Een Oudnederlands volksliedje waarin voor de derde klas wonderwel twee hoofdthema’s samenkomen: de ambachten en het Oude Testament. Het ambacht van de timmerman in historisch perspectief. Het oud-Nederlands is voor deze leeftijd geen enkel bezwaar, de klank van de taal is daardoor stevig en krachtig. Het is ook fijn om in de vijf coupletten een heel verhaal te kunnen vertellen. Een mooie kans bij dit lied: maak een stevige ostinate ritme-begeleiding met enkele timmermannen die in een, zich herhalend, ritme ergens op timmeren. Dat geeft het lied nog meer kracht. Als voorspel en tussenspel kan dat ostinate ritme dan solo klinken.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


11-12 jaar

Irish blessing (2) – 2-stemming + piano

Op onze school, waar we elk jaar twee kooruitvoeringen hebben met de klassen 4, 5 en 6, is het gebruikelijk dat de zesdeklassers één lied solo zingen met pianobegeleiding, om even in het zonnetje te staan in hun laatste jaar. Meestal kiezen we daarvoor een mooi, melancholisch lied met een tekst over afscheid, waarbij menig traantje wordt weggepinkt door de ouders in de zaal. Vaak zingt de zesde klas dat dan nog een keer op de laatste schooldag bij hun afscheid. Irish Blessing is daarvoor zeer geschikt. Het is een gedragen lied met een uitdagende tweede stem met enkele fijne dissonanten die mooi oplossen.

La marmotte – 2-stemmig + piano

Ik heb dit lied eens aangeleerd aan mijn klas, als onderdeel van een toneelstuk. Het is een prachtig lied dat zich heel goed leent voor solozang (in groepjes), omdat het vier coupletten en een tweestemmig refrein heeft. Voor elk couplet koos ik een klein groepje solozangers en het refrein werd klassikaal gezongen. Vooral als je een paar krachtige zingende jongens hebt, is dit een lied voor hen om in te schitteren! Het lied gaat over hongerige kinderen uit de Savoye, een landstreek in de Franse Alpen, die door hun arme ouders naar Duitsland gestuurd werden om te bedelen voor voedsel. Dit deden ze door muziek te maken met hun draailier en erbij te zingen. Ze hadden uit Frankrijk hun gedresseerde marmotten meegenomen om die tijdens het zingen kunstjes te laten doen om zo omstanders te verleiden eten te geven. Goethe zag deze kinderen eens op een jaarmarkt en was door hun noodlot gefascineerd en heeft in 1778 een lied geschreven onder de naam ‘Lied des Marmottenbuben’, dat hij gebruikte in het theaterstuk ‘Jahrmarkt in Plundersweilern’. Toen Beethoven in 1805 dit lied las wilde hij er gelijk een melodie voor componeren (opus 52).

Anna Vogel, klassenleerkracht en vakleerkracht muziek, Vrije School Kennemerland, Haarlem


13+ jaar

Evening rise – 4-stemmig

Dit lied heeft een Indiaanse oorsprong en een sterk oer-karakter. Daarom is het zo geschikt als kamplied. De altstem is de hoofdmelodie, maar ook de sopraan en de bas zijn heel zelfstandige stemmen. Per zin waaieren die uit, de sopraan wordt hoger, de bas lager, en zo krijgt de klank in elke zin een beweging als van een ademhaling: in en uit, in en uit. De liggende toon d in de tenor vormt daarbij de spil, waar alles om draait. Ook wanneer niet alle stemmen gezongen worden blijft het lied sterk: daarom is een eenstemmige opbouw vanuit de alt erg mooi. Ook kunnen bepaalde partijen geneuried worden, terwijl één partij op tekst zingt. Afwisseling in sterk en zacht zingen, waarbij steeds geëindigd wordt met zacht, geeft een mooie variatie aan het lied. Een avondstemming (aan het kampvuur) waarbij de zon en de ziel kunnen zakken en de gemeenschappelijke ademhaling rust brengt in de dag.

Hit the road, Jack – canon + piano

Een hit in de middenbouw! Lekker voor de jongens en de meisjes om al zingende op elkaar te kunnen schelden, dat lokt ze om veel stemgeluid te geven. De eerste regel voor de meisjes, de tweede voor de jongens, eerst na elkaar, dan tegelijk. Misschien is er wel een handige pianist (of gitarist) die het simpele akkoordschema kan spelen, dan kan je als docent helemaal aan de kant gaan staan om te kijken en te luisteren wat er gebeurt. Let erop dat tijdens het enthousiaste en felle zingen het ritme niet te lijden krijgt: het moet strak blijven, niet gaan versnellen in de swing (vooral bij no more, no more, no more…) en vooral: gelijk blijven. Anders wordt het hulpeloos geroep. Misschien durven twee solisten het lied wel voor de groep te doen, waarbij de rest van de klas mag beoordelen wie de winnaar in de ruzie is….

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord