Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

september 2013

4-6 jaar

De bomen strooien nu hun goud

Met de armen kunnen de kinderen de takken van de bomen verbeelden, met de handen al draaiende laten ze de blaadjes naar beneden dwarrelen. Een lied voor in de klas,  maar ook voor tijdens het wandelen of buitenspelen.

Tjoep, zegt de vlieger + piano

Dit liedje kan met de handen uitgebeeld worden. Een lied om in de Michaelstijd te zingen, misschien tijdens het maken van een vliegertransparantje. Als kinderen door herfststormen druk zijn kunnen de gebaren afgewisseld worden van actief naar rustig.

In ied’re kleine appel

Een lied om te zingen bij het maken van de appelmoes voor bijv. het Michaelsfeest. Als de appel horizontaal wordt doorgesneden is de vijfster mooi te zien. Met de handen kunnen gebaren gemaakt worden om de tekst van dit lied te ondersteunen.

Loïs Eijgenraam – kleuterleidster Vrije School de IJssel, Zutphen


7-8 jaar

Wij maken muziek

Heel toegankelijk lied voor de lagere klassen. De kinderen pakken het lied in het doen op, dus voor/nazingen hoeft niet. Op de stippeltjes wordt de naam van een kind gezongen. Die mag vanaf 'wij' in maat 4 op een ritme-instrument meespelen met het liedje. Het wordt op die manier een stapellied, dus steeds meer kinderen komen er bij, maar de naam van het 'nieuwste' kind wordt gezongen. Vanaf maat 4 spelen alle kinderen mee, tijdens de eerste 4 maten klinken er geen instrumenten (dat is ook een goede oefening!). Het geheel kan ook nog met klankstaven worden begeleid: mt 1 = C, mt 2+3 = G, mt 4+5 =C, mt 6+7 = G en maat 8 weer C.

Dom diridom + tegenstem

Tijdens het aanleren van het lied, laat je de kinderen alleen ‘domdiridom’ zingen, de rest doe je zelf. Langzaamaan zullen ze steeds meer kunnen meezingen. Het moeilijkste stukje zit in maat 12, de overgang naar maat 13 gaat vrij snel. De klankstaaf G bedien je ook zelf, dat voorbeeld kunnen ze al snel zelf overnemen. Je legt van te voren een aantal ritme instrumenten klaar, en voert een gesprek met de kinderen over welk instrument ze het best vinden passen bij de reus, kabouter enz. Je kunt die woorden natuurlijk ook veranderen in dierennamen of iets anders. De meeste kinderen kunnen goed verwoorden waarom ze bijvoorbeeld de trom goed bij de reus vinden passen. Het slot van het lied is natuurlijk de optocht die verschillende kinderen lopen als reus, kabouter enz. desgewenst met het instrument. Je kunt ook andere kinderen het ritme laten maken terwijl een tweede groep de optocht loopt en de reus, kabouter uitbeeldt.

Marieke Zoutendijk – leerkracht Vrije School Almelo


9-10 jaar

Schoollied (België) – 3-stemmig

Menig Vlaams vrijeschoolkind (lees: Steinerschoolleerling) heeft dit lied op de lagere én middelbare school gezongen. Het verwondert mij dat quasi niemand het hier in Nederland kent, aangezien het in België vrijwel overal hét schoollied is! Waar de jongere klassen het bij de eerste stem houden, gaat klas zes naar de tweede stem en vanaf de zevende klas ook de derde stem erbij voor het refrein. Een enorme kracht spoelt over en door de kinderen heen wanneer dit lied uit volle borst gezongen wordt en de samenklank het geheel versterkt. De leerkracht die ervoor staat, wordt letterlijk weggeblazen! De tekst is eenvoudig en ook de melodie van de eerste stem spreekt vrijwel voor zich. Ook om te fluiten leent dit lied zich uitstekend.

Marlies De Ceuster – klassenleerkracht Vrije School Zaanstreek, Zaandam


11-12 jaar

Een draak van een canon – canon

Een drakenlied, maar allerminst een draak van een lied! Muzikaal rijk en pittig, een polyfone canon waarbij de partijen heel verschillend zijn en in hun eigen ritmische beweging een prachtig samenspel vormen. De rusten vragen een goed oor voor de andere partijen die zingen. Het harmonische schema van de canon is goed herkenbaar en dat maakt samen met de heldere symmetrie dat het lied toch snel logisch gaat klinken. Begin niet te vroeg met canon zingen, zorg ervoor dat de kinderen het lied eerst eenstemmig kunnen dromen. Dat is een investering die zich later rijkelijk terugbetaalt: minder foutjes en twijfels, meer muzikaal plezier. Een canon waar de kinderen niet snel genoeg van krijgen, het is en blijft een sport om het geheel samen tot een goed einde te brengen. Een heerlijke uitdaging voor een wat beter zingende klas.

 Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


13+ jaar

Pastime with good company – 4-stemmig

Ook wel bekend als The King’s Ballad is dit lied van King Henry VIII één van de beroemdste Engelse ballads uit het begin van de 16e eeuw. Populair in de Renaissance en nog steeds heerlijk om te zingen. Het begeleidende trommeltje kan niet worden weggelaten, die is een essentieel onderdeel. Het ritme van de trommel kan ostinaat zichzelf blijven herhalen, of in sommige maten (zoals genoteerd) net even syncopisch afwijken daarvan. Officieel is de vorm zo, dat het lied driestemmig wordt gezongen door A-T-B, en dat in het derde couplet de tenormelodie door de sopraan een octaaf hoger verdubbeld wordt, met een kleine verandering in de slotmaat. Niet alleen het metrum in de trommel (dactylus), ook die in de zangstemmen maken dat er veel energie van het lied uitgaat: het wil krachtig vooruit, stuurt zichzelf. Niet te romantisch zingen, maar hoekig en kelig, aards en met gloed, dat vraagt het lied, en dat is dan misschien wel weer mooi voor in de Michaëlstijd.

Maracatu – 4-stemmig

Een eenvoudig en pakkend lied dat vraagt om veel herhaling, en daarbij zoeken naar afwisseling: solo tegenover tutti, eenstemmig tegenover meerstemmig, zacht tegenover sterk. Het is zelfs denkbaar er een dans bij te verzinnen, en de muziek als een soort mantra maar door te laten gaan. Ook tussenspelen of begeleiding van slagwerk zijn mogelijk, improvisatiemomenten tussen het zingen door, of een opbouwend ritmisch patroon van slaginstrumenten waarna de zang inzet. Of een moment waarop het lied in canon gefluisterd wordt, waarna de meerstemmige zang weer losbarst. Een handklap op de afterbeat kan goed, op de achtste of op de kwart, en ook daarmee kan weer een ritmepatroon bedacht worden: meerdere ritmes geklapt door verschillende mensen tegelijk, geïmproviseerd op een ostinaat of ingestudeerd. Een lied kortom, dat uitnodigt tot creativiteit, niet alleen van de leerkracht, maar zeker ook van de leerlingen.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord