Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

september 2014

4-6 jaar

Het koolraapje

De kinderen staan in een kringetje. Een paar kinderen en/of ouders of juffie zijn grootvader, grootmoeder, koolraapje, kleinkind, poesje, muisje. Degene die grootvader is ‘poot’ een kindje in de aarde. Het kindje gaat in elkaar gedoken zitten en bij de woorden: ‘Groei maar raapje, groei maar goed’ maakt het zich breder en komt met het hoofdje en het bovenlijfje omhoog. Grootvader trekt daarna behoedzaam aan de knol en wenkt, als het niet gaat grootmoeder, en wanneer het haar ook niet lukt, roept zij haar kleinkind enz. Als er niet genoeg kinderen zijn, kunnen er ook speelgoeddieren meedoen. Bij ‘floep’ laat iedereen zich omvallen. Het raapje blijkt ontzettend groot en dik te zijn en daarom moet het op een doek getild worden en iedereen die paard wil zijn, mag hinnikend, maar wel uiterst voorzichtig, meehelpen de raap naar de schuur te vervoeren. Vermoeid maar voldaan zakken de paarden in de schuur op de grond en als beloning mogen ze dan een ‘zogenaamde’ hap van ‘de dikke raap’ nemen.

Mol en muis

Het is erg leuk om een verhaal over deze dieren te vertellen in de tijd dat je dit liedje zingt in de klas. Bijvoorbeeld hoe beide dieren leven en spelen op de boerderij, samen met de andere dieren die daar wonen. Laat de mol en de muis spelen door de kinderen en/of maak er een tafelspel van met dierenfiguurtjes. Doe dit een poosje voor en laat op het einde de dieren bewegen door de (oudste) kleuters.

Het slakje

Je kunt met de kinderen de slakkenbeweging nadoen, met de handen op de schoot, op de tafel of kruipend door de klas. Langzaam, langzaam, je ziet bijna niet dat de slak vooruit gaat, hij tilt geen pootjes op, maakt geen sprongetje, maar blijft vastzitten aan de grond. Het is ook erg leuk om van bijenwas het lijf van de slak te boetseren en er een zelf gevonden slakkenhuisje op te plaatsen. Dit kun je voor op de seizoentafel doen of als klassenactiviteit met de hele klas.

Lisanne Bruning – Kleuterleidster Vrije School De Vuurvogel, Zoetermeer


7-8 jaar

Het lied van vier seizoenen

In elk seizoen kan dit lied klinken, bijvoorbeeld als een oefenliedje voor de fluit. Alle coupletten kunnen achter elkaar gezongen worden, of alleen het couplet van het betreffende jaargetijde. Bij dit lied gebruiken we een (bamboe)fluit die minstens tot de toon b is gebouwd. Ter voorbereiding van het spelen van het lied fluiten we vijfmaal de tonen naar beneden, de vingers één voor één op de gaten brengend, dan drie maal op en neer, en een afsluiting naar boven, waarbij de grondtoon als laatste in het geheel niet in aanmerking komt. Het is natuurlijk ook mogelijk om op g te eindigen, maar de kinderen zijn ook volkomen tevreden met het zwevende einde op de b.

Elisabeth Lebret

Je kunt hem niet zien

Een vriendelijk, ritmisch liedje over de wind dat kinderen in een eerste en tweede klas graag zingen. Een mooie, beeldrijke tekst van Willem Wilmink, en een sterke, pakkende melodie van een onbekende componist. Vaak proberen we al te ritmische ‘moderne’ melodieën te vermijden in de lagere klassen, omdat ze zo vaak modieus zijn, maar dit lied vormt daar een prettige uitzondering op. Gebaren bij het lied dienen zich welhaast vanzelf aan, vloeiende stromende gebaren, die de syncopen in de melodie van het lied verzachten.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


9-10 jaar

Come with me and dance – canon

Deze herfstcanon heeft een fijne combinatie van een zich herhalend melancholisch mineur en een dansend en rinkelend tweede deel. Door de snelle opeenvolging van de inzetten ontstaat een rijke en verrassende samenklank die ook in een zaal vol kinderen heel fraai is. De canonmelodie en de Engelse tekst zijn niet moeilijk, de kinderen zingen het lied zo mee. Let op de Engelse uitspraak van het woord dance, het wordt gauw op z’n Amerikaans uitgesproken. Let ook op een correcte afsluiting van maat 4 en 8, de neiging bestaat om de laatste noot als a te zingen, synchroon aan maat 2 en 6. Het lied geeft rust, terwijl het toch beweeglijk is.

Matthijs Overmars

HaTikvah

Dit is het volkslied van Israël. Hatikvah gaat over de hoop van het Joodse volk om ooit terug te keren naar het land van zijn voorvaderen. Zion staat synoniem voor Jeruzalem en Israël. Het is een krachtig lied dat zich leent voor inleving en beleving van een andere cultuur. Bij het voorzingen kunnen er meerdere luistervragen gesteld worden, zoals ‘waar denk je dat het lied over gaat?’ en ‘wat voor woorden herken je?’ De accenten binnen dit lied kunnen gelegd worden op de melodie en de uitspraak, maar ook op de manier van zingen. De kinderen kunnen worden uitgedaagd om dramatisch en theatraal te zingen of juist heel ingetogen. Aan het eind zit een stuk herhaling, hierbij zijn er bepaalde versies waarbij de laatste drie noten hoog eindigen, dat zorgt voor een climax.

Herma Stapper – klassenleerkracht De Vrije School, Den Haag


11-12 jaar

Merk toch hoe sterk

Dit lied is uitermate geschikt gebleken om te zingen in de Michaëlstijd. Klas 5 en 6 in de koorklas vroegen er iedere week om. Het vraagt om een krachtige begeleiding, liefst in een lang-kort-kort-lang ritme (dactylus). Maar als je geen instrument bespeelt biedt een grote trom ook zeker uitkomst, dit geeft een mooi stuwend effect. Prachtig is de afwisseling in dit lied, het strijdende eerste deel, het meer melodische tweede deel en de afsluiting die het lied weer rond maakt.

Sanne Riemers – klassenleerkracht Vrije basischool Tiliander, Tilburg

Oejaja oejaja – 2-stemmig canon

Dit quasi-Afrikaanse lied biedt talloze mogelijkheden om uit te voeren. De tweede stem is in feite de hoofdmelodie, die kan (zoals in het lied Ayo) met voor- en nazang gezongen worden. Twee groepen in de klas, of een solist tegenover de rest van de klas. Belangrijk is dat de lange tonen goed aangehouden worden, zodat er geen gaten in het lied vallen. Ook kan de melodie alleen ritmisch uitgevoerd worden en op een tweede instrument ritmisch herhaald. Ook het fluiten van voorzang en nazang is denkbaar als de bes op de fluit gespeeld kan worden. De eerste stem (bovenstem) die parallel loopt aan de hoofdmelodie kan toegevoegd worden, let op dat het derde melodiefragment unisono is met de hoofdmelodie. De ostinaat (derde stem) kan naar wens vocaal of instrumentaal uitgevoerd worden. Een ritmisch uitbreiding zou kunnen zijn het toevoegen van twee geklapte achtsten direct na elke ‘hoem‘: hoem-klap-klap, hoem-klap-klap, rust…. Niet eenvoudig om vol te houden, wel een uitdaging. Zoek gerust naar meer uitvoeringsmogelijkheden, als je klas meer wil en kan.

Matthijs Overmars


13+ jaar

Noyana (2) – 4-stemmig

Zoals zoveel Zuid-Afrikaanse liederen wil dit lied zich blijven herhalen, steeds maar weer. En dat geeft aanleiding te denken over een opbouw: misschien begint de sopraan alleen, en komen de andere stemmen er geleidelijk aan bij. Of is er een afwisseling tussen solisten en koor. Of tussen zacht en sterk, dan kan het ineens openbloeien; een prachtig effect. Een mooi moment is de binnenkomst van de baspartij: licht, vanuit een alttoon daalt die af naar zijn eigen bereik, en blijft een tijdje autonoom, ritmisch onafhankelijk. Tot in de schommelende beweging van het noyana, noyana aan het einde. Veel winst in expressie kan geboekt worden door de aa-klanken in het woord Noyana helder en wat overdreven uit te spreken. Leerlingen in de puberleeftijd hebben nog wel eens de neiging om veel klanken binnensmonds te houden.

Michaelmas time – 2-stemmig + strijkers

Dit is één van mijn favoriete Michaëlsliederen voor oudere kinderen: door de combinatie van een felle ritmiek en een Engels taalgebruik waarin vuur, vorst en metaal doorklinken brengt het lied je in die speciale Michaëlsstemming. Tegelijk is de tonaliteit van het lied noch majeur, noch mineur, maar mixolydisch. Dat is ergens tussen majeur en mineur in, en daardoor is het lied niet eenduidig in zijn harmonieën, het schommelt als het ware heen en weer. Daardoor wordt het dynamisch en verrassend van klank. Toch zingt het logisch, de twee homofone stemmen zorgen ervoor dat de tekst krachtig en verstaanbaar blijft, en de strijkinstrumenten die zelfstandige partijen hebben dragen bij aan het statige en strenge karakter van het lied. De partijen zijn ook goed door minder ervaren strijkers te spelen, losse viool- en cellopartijen zijn op te vragen via info@vrijeschoolliederen.nl.

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord