Liedsuggesties

Ben je op zoek naar liederen voor een bepaalde leeftijdsgroep en wil je op ideeën gebracht worden en geïnspireerd raken? Deze liedsuggesties bieden een groeiende verzameling aan lesideeën, achtergrondinformatie en aandachtspunten rond liederen die nog niet algemeen bekend zijn, maar nodig ontdekt moeten worden!

Rond de 15e van iedere maand verschijnt steeds een nieuwe aflevering van tien liederen, verdeeld over de verschillende leeftijdsgroepen. Ook een keer je favorieten onder de aandacht van collega's brengen? Meld je dan via het contactformulier.

september 2015

4-6 jaar

Straks komt de herfst

Voor mijn opleiding Docent Muziek in Leiden maakte ik dit herfstliedje in kwintenstemming met de volgende bewegingen:

  • Zie je die paddenstoel voor in de tuin: tuur in de verte met een hand boven je ogen.
  • In de schaduw van de grote boom: maak met één arm een gebaar opzij (de schaduw) en breng vervolgens één arm omhoog (de boom).
  • De blaadjes die kleuren van rood geel naar bruin: beweeg je armen, handen en vingers boven je hoofd.
  • Aan het eind van de zomer is dat heel gewoon: maak van je handen een zonnetje en beweeg dit langzaam omlaag (bij voorkeur van rechtsboven naar linksonder).
  • Straks komt de herfst met de storm en de regen: stamp op de maat, draai met je armen een rondje boven je hoofd op ‘storm’ (je creëert een wolk), beweeg ze omlaag terwijl je regen maakt met je vingers bij ‘regen’.
  • Wie heel goed kijkt komt de kabouter tegen: tuur in de verte met een hand boven je ogen, maak vervolgens een kaboutermuts (dakje) boven je hoofd.
  • Onder zijn stoeltje schuilt hij voor de wind: kniel op de grond, waarbij je nog altijd een kaboutermuts op je hoofd hebt.
  • Blijf jij maar lekker warm binnen mijn kind: maak met je armen een gebaar omlaag, sta ondertussen op en kruis tot slot je armen voor je borst.

Hedwig Barczuk

Het regent, het regent

In dit mooie, bijna pentatonische liedje wordt mooi gespeeld met het verschil tussen de wat meer melancholische mineursfeer bij de teksten over de regen, en de uitbundiger majeursfeer bij het spelen in de zon. Dat kan natuurlijk ook mooi in gebaren zichtbaar worden! Gebaren naar beneden tegenover gebaren naar boven, naar binnen – naar buiten, klein en rond – groot en gestrekt. Aan het eind komt het liedje weer tot rust in de mineursfeer. Je kunt ook kiezen voor een vorm, waarbij de gebaren in de majeursfeer door één kind gedaan mogen worden: in het middendeel kan er vrij worden geïmproviseerd, gedanst, bewogen. En op de tekst 'maar nu zit ik hier' gaat het kind weer in de kring zitten. Het speelmoment is voorbij.

Matthijs Overmars – vakleerkracht muziek, Zeister Vrije School


7-8 jaar

Hill and gully rider (1) - 1-stemmig

Eigenlijk is dit een canon voor hogere klassen maar te leuk om te laten liggen voor jongere kinderen. Al jaren zing ik dit vrolijke lied met 6-7 jarigen. Je merkt bijna niet dat het een pentatonisch lied is doordat de melodie in het midden start, omhoog en later omlaag waaiert. Ik heb de Engelse tekst vervangen door een Nederlandse namelijk:
“Bergen en ravijnen, wie rijdt daar rond? Bergen en ravijnen, wie rijdt daar rond? En hij bukt nog lager, laag bij de grond. Pas maar op, en val niet in een afgrond!”.
Ik leid het lied in met een verhaaltje over een man die op zijn paard rijdt langs bergen en ravijnen. Af en toe moet hij bukken voor overhangende takken, anders zou hij van zijn paard vallen. Tijdens het zingen maken we armbewegingen: bergen (omhoog), ravijnen (omlaag). Bij het bukken zakken we allemaal langzaam door de knieën en komen langzaam weer omhoog.

Als leerkracht zoek je altijd naar een aanleiding om met het lied te variëren. Bij dit lied heb ik gekozen voor een drama-achtige vorm. Een agent (leerling) staat voor de klas en houdt de man op zijn paard tegen (de klas). Een kort vraag-en-antwoordspel volgt: agent: “Stop, je mag er niet langs!”, klas: “Waarom niet?”, agent: “Je moet eerst betalen.”, klas: “Maar we hebben geen geld.”, agent: “Dan moet je een lied zingen”, klas: “Op welke klank?”, agent: “Op de klank …” (kind bedenkt iets dat van alles kan zijn: 'rrr', 'zzz', 'mmm', etc.). De klas zingt daarna het lied op de gekozen klank. Maar even later staat er weer een agent en kies je een ander kind als agent. Door dit spelletje blijft het leuk om het lied vaker te zingen. De agent kan ook nog boos, blij, verdrietig, verlegen etc. zijn. Leuk om te spelen.

Maxim Gottmer – vakleerkracht muziek, Parcivalschool Arnhem

Sint Michaël, hoor ons aan!

Dit mooie en krachtige Michaëlslied is goed aan te leren aan de kinderen van klas 1 t/m 3. Voor deze leeftijdsgroep is het leuk om eenvoudige gebaren bij de liederen te verzinnen. De kinderen hebben er zichtbaar plezier aan om de gebaren mee te doen en ze gaan er nog gemakkelijk in mee. Ze kunnen zich op deze manier nog meer inleven in het lied, zijn op een actieve manier betrokken en het ziet er leuk uit om als groep te doen. De gebaren ondersteunen ook bij de verschillende coupletten.

Bij dit Michaëlslied gebruik ik de volgende gebaren:

  • Door het donk’re bos en het wijde veld: armen voor de ogen, daarna wijd uitspreiden;
  • uit sterrenrijken naar de aard: beschrijf een sterrenboog met de handen en grijp daar vervolgens een denkbeeldig zwaard uit, naar de aarde;
  • sterke held: een gebaar van kracht maken met de arm.

Leuk ook om met de drie klassen regelmatig samen te zingen, voorafgaande aan het feest!

Suzanne van Dorp – Vrije School Kairos, Amsterdam-Noord 

9-10 jaar

O, het is me 't weertje weer!

Herfst in de vierde klas: een moppercanon over het vieze weer, in onmiskenbaar mineur. De laatste twee maten 'O, o, o!' kunnen als ostinaat motiefje door enkele notoire mopperaars eindeloos worden herhaald. Wat ook kan is dat de canon na elkaar eindigt, waarbij elke partij de laatste regel blijft herhalen tot iedereen hem zingt. En nog leuker: wie verzint er een zonnige tekst, zodat het lied met een heel ander karakter én in majeur gezongen kan worden? Zoals bijvoorbeeld: 'O, het is me ’t weertje weer, de zon is weer gekomen, en we zitten hier gezellig en we lachen, zo, zo zo!' Dan wordt elke f in de muziek een fis, en elke bes een b. Hoor eens hoe anders dat klinkt! Na regen komt zonneschijn.

Wensen + strijkers

Tera de Marez Oyens was pionier op het gebied van schoolmuziek en composities voor kinderen met een modern karakter. Dit moderne karakter zit in dit lied vooral in de begeleiding, waarin strijkers (of andere instrumenten) eenvoudige partijen hebben, maar niet heel vanzelfsprekende samenklanken. Het lied heeft een dorische melodie, en zit daarmee tussen majeur en mineur in, een wat dromerige stemming, precies passend bij de dromerige tekst. Mooie fantasieën van kinderen die zich daarmee verplaatsen in de zee, het land en de lucht. Ook de lange lijnen van de begeleidende partijen versterken het dromerige karakter.  Kies er eventueel voor enkele partijen weg te laten.

Matthijs Overmars


11-12 jaar

Schalom – canon

Deze stemmige vredescanon uit Duitsland (schalom is de Duitse schrijfwijze voor het Hebreeuwse woord shalom) klinkt verrassend mooi in zijn meerstemmigheid, luister maar eens naar de in-canon-versie. Typisch een canon voor de hogere klassen, omdat de ritmes per regel verschillen. Ook gaan de afzonderlijke melodieën pas echt levend en welluidend worden in hun samenspel met de melodieën van de andere regels. De algemene sfeer is behoorlijk melancholisch, en het is een kunst om het steeds terugkerende woord Schalom niet suf en onverzorgd te laten klinken. De vorming en plaatsing van deaa en de oo mogen wel wat aandacht krijgen, net als de actieve sch aan het begin van elk woord. Let er tenslotte ook op dat de slotklanken van elke regel (met fermate) lang genoeg worden aangehouden, namelijk net zo lang als de tweede regel in maat 8 nodig heeft om uit te zingen.

Hullabaloo balay – 3-stemmig

Een Duitse shanty met veel mogelijkheden voor solo’s. Een heerlijk lied voor de Duitse les, lekker veel coupletten in begrijpelijk en goed lopend Duits. En zo werden deze liederen ook oorspronkelijk gezongen: de eenstemmige tekstgedeelten solistisch en de meerstemmige met zijn allen, al werkend, sjouwend, sjorrend. Ook eenstemmig komt het lied goed tot zijn recht, een tweede stem kan toegevoegd worden, of in volle glorie driestemmig. Let op de wat lastige sprongen in de laatste regel van de derde stem. Instrumenten: bijvoorbeeld gitaar, accordeon (de akkoorden staan erbij), blokfluit, strijkers. Ook hier is het leuk als er een verschil is tussen de sologedeelten en de voller geïnstrumenteerde tutti-gedeelten.

Matthijs Overmars


13+ jaar

Sonne sinkt nun – 3-stemmig

Prachtige melodieën heeft IJsland voortgebracht en Wolfgang Wünsch (voormalig muziekleraar aan de Waldorfschule in Bonn) is een meester in het arrangeren voor schoolklassen. Deze zetting is geschikt voor klassen met jongens die aan het muteren zijn. Daarom ligt de tenorpartij zo hoog. Een prachtig herfstlied met een canonische inzet voor de altpartij (imiteert de tenor). De alt heeft een let-op-moment in maat 3; de timing van het woordje ihr. Tegelijk moet het door de opwaartse sprong niet te nadrukkelijk gezongen worden. Ook is het oppassen bij de slotwoorden Knaben en haben dat niet de laatste lettergreep teveel nadruk krijgt. Probeer deze lettergrepen muzikaal ‘op te vangen’ en daarbij optimaal te mengen met de andere stemmen. Vaak zie je dat kinderen nog moeten leren bij het zingen en spreken hun aandacht tot en met de laatste woorden en klanken vast te houden, en niet te verslappen of onverstaanbaar te worden. Dit lied kan daar aandacht aan geven.

Samakoela – canon + 4-stemmig

Een swingend liedje, quasi-Afrikaans, erg leuk voor klas 7-8. Er zijn drie delen die goed op elkaar aansluiten: de driestemmige canon met snel opeenvolgende inzetten, dan een middendeel met een (solistische?) melodie en een eenvoudige homofone driestemmige begeleiding, en tenslotte volgt weer de canon. Begin met het bedenken welke ritme-instrumenten het lied gaan begeleiden! Want daar mag heel wat uit de kast worden gehaald: schudinstrumenten, eitjes, trommels, djembé’s, allerhande ratels en koebellen. Het is leuk om ook daarbij de drie delen verschillend te bezetten, of tenminste het ritme te wijzigen in het middendeel. Een mooi gezamenlijk moment is het slotakkoord aan het einde daarvan in maat 9: de daaropvolgende rust kan eventueel langer worden, waarna de canon en de ritme-ostinaat weer worden opgebouwd. In de in canon-mp3 is goed de structuur te beluisteren. Een Afrikaans aandoende dansbeweging voor de zangers toevoegen lijkt bijna onontkoombaar…..

Matthijs Overmars

Pr
i
kbord