Wir möchten in den Garten geh’n, wenn nur das wilde Tier nicht käm’.
Die Glock’ schlägt eins, die Glock’ schlägt zwei, das wilde Tier ist noch nicht frei!
Die Glock’ schlägt neun, die Glock schlägt zehn, das wilde Tier, das ist zu seh’n!
Bibliotheek
Canons
Liederen kleuters
Liederen klas 1
Liederen klas 2
Liederen klas 3
Liederen klas 4
Liederen klas 5
Liederen klas 6
Liederen klas 7
Liederen - jaarfeesten
Liederen - thema's
Meerstemmig
Helioskampen
Auteurs
De 25 favorieten van ...
Ademhaling
Articulatie
Brommers
Concentratie
Houding
Luisteren
Resonans
Stem losmaken
Kinderen met zangproblemen
Lied • De baby
Om een uur of zes krijgt het kind de fles.
Om een uur of zeven maakt het o zo'n leven.
Om een uur of acht weer naar bed gebracht.
Om een uur of negen gaan we 't kindje wegen.
Om een uur of tien mag je 't niet meer zien,
want dan slaapt het kleintje achter een gordijntje.
Suja witte brood. Als het slaapt dan wordt het groot.
Om een uur of zeven maakt het o zo'n leven.
Om een uur of acht weer naar bed gebracht.
Om een uur of negen gaan we 't kindje wegen.
Om een uur of tien mag je 't niet meer zien,
want dan slaapt het kleintje achter een gordijntje.
Suja witte brood. Als het slaapt dan wordt het groot.
Lied • De dag van vandaag
Welke dag is het vandaag?
en gisteren was het?
En morgen is het?
Dan zingen we samen:
zondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag
en gisteren was het?
En morgen is het?
Dan zingen we samen:
zondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdag
Lied • De dagen van de week (1)
1.
Zondag, zondag is de eerste dag.
De zondag staat aan het begin en brengt ons rust en nieuwe zin.
De zondag staat aan het begin en brengt ons rust en nieuwe zin.
2.
Maandag, maandag is de tweede dag.
De maandag gaan we weer van start, nog wat onwennig, niet zo hard.
De maandag gaan we weer van start, nog wat onwennig, niet zo hard.
3.
Dinsdag, dinsdag is de derde dag.
Op dinsdag komt de vaart erin, er wordt gewerkt met goede zin.
Op dinsdag komt de vaart erin, er wordt gewerkt met goede zin.
4.
Woensdag, woensdag is de vierde dag.
Op woensdag kijken we al terug, maar toch moeten we verder, vlug!
Op woensdag kijken we al terug, maar toch moeten we verder, vlug!
5.
Donderdag, donderdag is de vijfde dag.
Op donderdag is zwoegen heel gezond, wat begon dat wordt nu afgerond.
Op donderdag is zwoegen heel gezond, wat begon dat wordt nu afgerond.
6.
Vrijdag, vrijdag is de zesde dag.
Op vrijdag komt de rust eraan, nog even en we kunnen spelen gaan.
Op vrijdag komt de rust eraan, nog even en we kunnen spelen gaan.
7.
Zaterdag, zaterdag is de zevende dag.
Op zaterdag dan moet er niets, lekker gaan spelen of op de fiets.
Op zaterdag dan moet er niets, lekker gaan spelen of op de fiets.
Lied • De dagen van de week (2)
1.
O, die maandag, dat is een zwabberdag!
En ik wou dat ’t altijd maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
2.
O, die dinsdag, dat is een werkdag!
En ik wou dat ’t altijd dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
3.
O, die woensdag, dat is een marktdag!
En ik wou dat ’t altijd woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
4.
O, die donderdag, dat is een liefdedag!
En ik wou dat ’t altijd donderdag liefdedag,
woensdag marktdag, dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd donderdag liefdedag,
woensdag marktdag, dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
5.
O, die vrijdag, dat is een vastendag!
En ik wou dat ’t altijd vrijdag vastendag,
donderdag liefdedag, woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd vrijdag vastendag,
donderdag liefdedag, woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
6.
O, die zaterdag, dat is een centendag!
En ik wou dat ’t altijd zaterdag centendag,
vrijdag vastendag, donderdag liefdedag,
woensdag marktdag, dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd zaterdag centendag,
vrijdag vastendag, donderdag liefdedag,
woensdag marktdag, dinsdag werkdag,
maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
7.
O, die zondag, dat is een kerkdag!
En ik wou dat ’t altijd zondag kerkdag,
zaterdag centendag, vrijdag vastendag,
donderdag liefdedag, woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
En ik wou dat ’t altijd zondag kerkdag,
zaterdag centendag, vrijdag vastendag,
donderdag liefdedag, woensdag marktdag,
dinsdag werkdag, maandag zwabberdag was.
Vrolijk zullen wij allen wezen,
vrolijk zullen wij allen zijn.
Lied • De jaarklok
Januari februari maart april de maanden gaan voort en de tijd staat nooit stil.
Mei, juni, juli en augustus komen dan, en alles gaat bloeien een hele zomer lang.
September, oktober, november, december gaan voorbij, dan opent januari weer de nieuwe rij.
Mei, juni, juli en augustus komen dan, en alles gaat bloeien een hele zomer lang.
September, oktober, november, december gaan voorbij, dan opent januari weer de nieuwe rij.
Lied • De klok
Lied • El sereno de mi barrio
1.
El sereno de mi barrio es un poquito embustero,
me dijo que estaba raso y ha amanecido lloviendo.
me dijo que estaba raso y ha amanecido lloviendo.
Sereno que cantas dimé qué_hora es, si_ha dado la una, las dos o las tres,
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
2.
Oiga_usted, tía Mariquita, que está usted tomándo el fresco,
quítese usted de la esquina que_el relente no es muy bueno.
quítese usted de la esquina que_el relente no es muy bueno.
Sereno que cantas dimé qué_hora es, si_ha dado la una, las dos o las tres,
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
3.
El sereno de mi barrio es un poquito embustero,
me dijo que estaba raso y ha amanecido lloviendo.
me dijo que estaba raso y ha amanecido lloviendo.
Sereno que cantas dimé qué_hora es, si_ha dado la una, las dos o las tres,
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
las cuatro, las cinco, las seis, las siete, las ocho, las nueve o las diez?
Sereno que cantas dimé qué_hora es!
Lied • Grote klokken zeggen
1.
Grote klokken zeggen: bimbam bim-bam bim bam.
Kleine klokken zeggen: tikke-takke tikketakke
En het kleine polshorloge:
tikke-takke tikketakke tikke takke tik!
Kleine klokken zeggen: tikke-takke tikketakke
En het kleine polshorloge:
tikke-takke tikketakke tikke takke tik!
2.
Große Uhren gehen: ticktack tick-tack tick tack.
Kleine Uhren gehen: ticketacke, ticke-tacke ticke tacke
und die kleinen Taschenuhren: ticke tacke tick!
Kleine Uhren gehen: ticketacke, ticke-tacke ticke tacke
und die kleinen Taschenuhren: ticke tacke tick!
Lied • Hallo, maandag!
Hallo, maandag! Hoe gaat het met dinsdag? Heel goed, woensdag.
Ik kom naar je toe op een donderdag. Zeg tegen vrijdag,
dat hij zich op zaterdag wast om zondag naar de kerk te gaan.
Ik kom naar je toe op een donderdag. Zeg tegen vrijdag,
dat hij zich op zaterdag wast om zondag naar de kerk te gaan.
Lied • Het jaar rond
1.
December, januari met sneeuwlucht zo grijs.
Februari, frisse wind, met z'n allen op 't ijs.
Komen dan maart, april en mei voorbij,
is het lente, warm en blij.
Februari, frisse wind, met z'n allen op 't ijs.
Komen dan maart, april en mei voorbij,
is het lente, warm en blij.
2.
Juni, juli en augustus, de zonne, zij straalt.
September, rijpend fruit uit de bomen gehaald.
Waait de wind, valt het blad in oktober rood.
Brengt november Sint Maarten zo groot.
September, rijpend fruit uit de bomen gehaald.
Waait de wind, valt het blad in oktober rood.
Brengt november Sint Maarten zo groot.
Lied • Hickory, dickory, dock!
1.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck one,
the mouse ran down,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck one,
the mouse ran down,
hickory dickory dock.
2.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck two
and down he flew,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck two
and down he flew,
hickory dickory dock.
3.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck three
and he did flee,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck three
and he did flee,
hickory dickory dock.
4.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck four,
he hit the floor,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck four,
he hit the floor,
hickory dickory dock.
5.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck five,
the mouse took a dive,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck five,
the mouse took a dive,
hickory dickory dock.
6.
Hickory dickory dock,
the mouse ran up the clock. The clock struck six,
that mouse, he split,
hickory dickory dock.
the mouse ran up the clock. The clock struck six,
that mouse, he split,
hickory dickory dock.
7.
Hickory, dickory, dock,
the mouse ran up the clock.
The clock struck seven,
eight, nine, ten, eleven,
hickory, dickory, dock!
the mouse ran up the clock.
The clock struck seven,
eight, nine, ten, eleven,
hickory, dickory, dock!
8.
Hickory, dickory, dock,
the mouse ran up the clock.
As twelve bells rang,
the mousie sprang,
hickory, dickory, dock!
the mouse ran up the clock.
As twelve bells rang,
the mousie sprang,
hickory, dickory, dock!
9.
Hickory, dickory, dock,
"Why scamper?" asked the clock.
"You scare me so,
I have to go,
hickory, dickory, dock!"
"Why scamper?" asked the clock.
"You scare me so,
I have to go,
hickory, dickory, dock!"
Lied • Hoe Henk ook schaatst
Hoe Henk ook schaatst, hij wordt niet nummer 1, 2, 3, 4, 5, 6, maar nummer laatst!
Lied • Klepperman van elleven
Klepperman van elleven, waar ga je zo laat naar toe?
Naar al die stoute zoete kindertjes en naar de koetjes, boe!
En de handjes gaan van klap-klap-klap
en de voet-jes gaan van stap-stap-stap.
Naar al die stoute zoete kindertjes en naar de koetjes, boe!
En de handjes gaan van klap-klap-klap
en de voet-jes gaan van stap-stap-stap.
Lied • Klokkenlied (2)
Ochtend, middag, avond, nacht; klokken houden steeds de wacht.
Langzaam en met zware schok, dreunt de grote torenklok: bim-bam!
Maar de hangklok in de gang maakt de slagen niet zo lang: ding-dong,
Hoor het klokje in de kamer tikt geregeld als een hamer: tik-tak!
Maar het klokje in de zak tikt het snelst op zijn gemak: tikke takke
Ochtend, middag, avond, nacht; klokken houden steeds de wacht.
Langzaam en met zware schok, dreunt de grote torenklok: bim-bam!
Maar de hangklok in de gang maakt de slagen niet zo lang: ding-dong,
Hoor het klokje in de kamer tikt geregeld als een hamer: tik-tak!
Maar het klokje in de zak tikt het snelst op zijn gemak: tikke takke
Ochtend, middag, avond, nacht; klokken houden steeds de wacht.
Lied • Maandag en dinsdag
Maandag en dinsdag, woensdag en donderdag, vrijdag en zaterdag, zondag. Wie kan me zeggen, ik weet het graag: wat voor dag is het vandaag?
Lied • Oh, will you buy me a clock?
Oh, will you buy me a clock with a cuckoo,
clock with a cuckoo, clock with a cuckoo?
onto my wall to sing and chime?
So I will know the time and the hour,
and I will never ever sleep too late!
clock with a cuckoo, clock with a cuckoo?
onto my wall to sing and chime?
So I will know the time and the hour,
and I will never ever sleep too late!
Lied • Slaap maar fijn!
Slaap maar fijn,
doe je oogjes dicht.
Morgen zal het maandag zijn,
dan wordt het weer licht.
doe je oogjes dicht.
Morgen zal het maandag zijn,
dan wordt het weer licht.
Lied • Throughout the week
Lied • Tot morgen!
Met spelen en werken is 't nu gedaan,
kom, laten wij naar huis toegaan.
Het klokje klinkt, het klokje zingt: tot morgen, allemaal!
kom, laten wij naar huis toegaan.
Het klokje klinkt, het klokje zingt: tot morgen, allemaal!
Lied • Vadertje Tijd
1.
Regen en mist, vogel op de vlucht;
donder en bliksem, storm in de lucht.
Bladeren bruin, geel en oranje,
paddestoelen, hazelnoten,wilde kastanje:
vogel op de vlucht, hagel en mist,
storm in de lucht, donder en bliksem.
donder en bliksem, storm in de lucht.
Bladeren bruin, geel en oranje,
paddestoelen, hazelnoten,wilde kastanje:
vogel op de vlucht, hagel en mist,
storm in de lucht, donder en bliksem.
2.
Niks aan de hand: zo is de natuur;
herfst in het land en de wind is guur.
Bomen worden kaal, bladeren oranje,
paddestoelen, hazelnoten,wilde kastanje:
vogel op de vlucht, hagel en mist,
storm in de lucht, donder en bliksem.
herfst in het land en de wind is guur.
Bomen worden kaal, bladeren oranje,
paddestoelen, hazelnoten,wilde kastanje:
vogel op de vlucht, hagel en mist,
storm in de lucht, donder en bliksem.
Lied • Waarom moet de haan?
Waarom moet de haan altijd vroeg opstaan?
Hij jaagt de kippen van de stok en drijft ze ook nog uit het hok!
De kippen roepen: "Tok-tok-tok, wij willen nog niet van de stok,
Hij jaagt de kippen van de stok en drijft ze ook nog uit het hok!
De kippen roepen: "Tok-tok-tok, wij willen nog niet van de stok,
Lied • Wat doen nu toch de dwergen?
1.
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half acht?
Ze springen uit hun bedjes, voorbij is nu de nacht.
La-la-la-la-la-la-la, la-la-la-la-la-la-la-la.
Ze springen uit hun bedjes, voorbij is nu de nacht.
La-la-la-la-la-la-la, la-la-la-la-la-la-la-la.
2.
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half negen?
Ze gaan dan naar de weide, soms ook wel door de regen. La-la-la …
Ze gaan dan naar de weide, soms ook wel door de regen. La-la-la …
3.
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half tien?
Ze hakken kleine houtjes en grote ook misschien. La-la-la …
Ze hakken kleine houtjes en grote ook misschien. La-la-la …
4.
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half elf?
Ze werken in hun huisjes en doen daar alles zelf. La-la-la …
Ze werken in hun huisjes en doen daar alles zelf. La-la-la …
5.
Wat doen nu toch de dwergen des morgens om half twaalf?
Ze eten dan hun soep op en eten als een wolf. La-la-la …
Ze eten dan hun soep op en eten als een wolf. La-la-la …
6.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half één?
Dan halen zij hun hamertjes en werken dan metéén. La-la-la …
Dan halen zij hun hamertjes en werken dan metéén. La-la-la …
7.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half twee?
Dan gaan zij naar de haasjes toe en lopen allen mee. La-la-la …
Dan gaan zij naar de haasjes toe en lopen allen mee. La-la-la …
8.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half drie?
Zij wiegen dan hun kindertjes: Jan, Kokkie en Marie. La-la-la …
Zij wiegen dan hun kindertjes: Jan, Kokkie en Marie. La-la-la …
9.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half vier?
Doen peren in een mandje en maken veel plezier. La-la-la …
Doen peren in een mandje en maken veel plezier. La-la-la …
10.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half vijf?
Ze stappen door de plassen en wassen daar hun lijf. La-la-la …
Ze stappen door de plassen en wassen daar hun lijf. La-la-la …
11.
Wat doen nu toch de dwergen des middags om half zes?
Dan gaan zij naar het bos toe en plagen daar de heks. La-la-la …
Dan gaan zij naar het bos toe en plagen daar de heks. La-la-la …
12.
Wat doen nu toch de dwergen des avonds om half zeven?
Ze dansen in een kring rond en maken daar een leven. La-la-la …
Ze dansen in een kring rond en maken daar een leven. La-la-la …
13.
Wat doen nu toch de dwergen des avonds om half acht?
Dan gaan zij naar hun bedjes toe en zeggen: "Goede nacht!" La-la-la …
Dan gaan zij naar hun bedjes toe en zeggen: "Goede nacht!" La-la-la …