Alle oefeningen

01 - Stem of oren?

Wat is de oorzaak van het niet kunnen vasthouden van een toonhoogte of een melodie, waarom komt de stem niet mee? De stem kan haperen bij hogere tonen, maar het is ook goed mogelijk dat er iets in het gehoor afwijkt, waardoor de juiste toon niet gehoord kan worden. Om daarover meer duidelijkheid te krijgen kan een gehoorstest gedaan worden. Aan de piano worden door de leerkracht eenvoudige melodietjes van twee of drie tonen voorgespeeld, de leerling speelt ze (enkele oktaven hoger) na. Het zijn fragmentjes met herhalende, stijgende en dalende tonen, zonder sprongen. Wordt door de leerling gehoord hoe de melodie zich beweegt, worden toonsherhalingen gehoord? 

Lees verder

02 - Bromvlieg in de achtbaan

Op een lage toon wordt een monotone vvvv gezongen, als een stationair draaiende motor, en tegelijk wordt een hand naar voren gehouden: de bromvlieg die klaar is om op te stijgen! Vervolgens gaat de bromvlieg vliegoefeningen doen, met een bewegende hand die de baan van de vlieg beschrijft: gelijkmatig zwevend, iets stijgend, dalend, vallend, een looping makend, golvend, haperend, en de hand doet alles mee. Leerling en leerkracht doen het samen, de leerkracht leidt en stuurt, goed luisterend naar de toonhoogte die mét de bewegingen van de bromvlieg meedaalt of -stijgt. Luister goed naar het toonhoogtebereik waarin de leerling de leerkracht kan volgen, en kijk of het met stijgende bewegingen wat op te rekken is naar boven. Het plezier, de beweging en het spel geven ontspanning en energie, waardoor er misschien meer hoge stem komt dan gebruikelijk: het hogere stemgebied wordt ontdekt.

Lees verder

03 - Op afstand getallen nazeggen

Deze oefening kan gedaan worden met enkele leerlingen, waarvan er één bromt. In elke hoek van de zaal staat een leerling, de leerkracht zegt een getal, de anderen zeggen één voor één het getal na, maar dan steeds eentje hoger. Dus 16 - 17 - 18 - 19, waarbij elke leerling met overtuiging zijn getal zegt. Alsof het de anderen wil overtuigen van zijn gelijk. Ze moeten met lef van afstand hun stem durven te laten klinken. Leg op verschillende manieren expressie en energie in de stem: zacht-hard, streng-verlegen, klagend-blij, kortaf-vragend. Vraag de leerlingen om de voorgesproken expressie te imiteren, of juist tegenovergesteld te laten horen. Laat de stem dragend zijn, op een volle adem en de zaal vullend. Laat de leerlingen focus geven aan hun stem (bijv. op de leerkracht gericht) en de woorden voluit articuleren. Zo oefen je aan durf, energie, gevormdheid, focus en overtuigingskracht in de stem en presentatie.

04 - Smakelijk eten

Het ene gerecht smaakt nog lekkerder dan het andere..... Noem een smakelijk gerecht, en de leerling mag met mmmm-- aangeven hoe lekker hij het vindt: héél lekker = een groot glissando naar boven, redelijk lekker= een kleiner glissando, matig lekker = monotoon, vies = een afkeurend dalend geluid. En tegelijk natuurlijk de handen naast de wangen bewegen! Je kunt de rollen natuurlijk ook omdraaien: de leerling verzint een gerecht, de leerkracht maakt kenbaar hoe lekker hij het vindt, en daarna mag de leerling zijn oordeel laten horen. Maak er een leuk spel van.

05 - Spin aan een draad

Twee handen op de knieën, met kriebelende vingers: twee spinnen die popelen om hun draad in te klimmen. Met een stijgende roetsj... klimmen ze elk in hun eigen draad, en maken daar allerlei avonturen mee: ze glijden weer naar beneden (met een dalende zzzzz), ze springen over naar elkaars draad (hop!), ze schommelen heen en weer in hun draad (hoei-hoei), of ze vallen pardoes op de grond (boink!). Alles wordt met de handen gedaan, met spinnende vingers, en alles wat het verhaal kan illustreren.

06 - Traplopen

Ga onderaan een trap staan, dat is de plek van de grondtoon. De leerkracht zingt een drietoonsmelodietje voor op ja-ja-ja dat begint en eindigt met de grondtoon. Tegelijk worden de juiste treden van de trap gebruikt. Je kunt dat samen met de leerling doen of afwisselend. Zing de melodie op een hoogte die voor de leerling goed haalbaar is. Zo ontstaat er bewustzijn in toonhoogteverschillen. Je kunt ook toonsherhalingen of kleine sprongetjes (tree overslaan) toepassen. Het kan ook in stappen: eerst de loopbeweging nadoen en nog niet zingen, daarna zowel lopen als zingen, daarna alleen zingen. Daarmee wordt de beweging verinnerlijkt. Een laatste stap is het voordoen met alleen lopen, en het nadoen met alleen zingen. Dat is ook een oefening die voor niet-brommende leerlingen een goeie is voor het innerlijk gehoor!

07 - Zingen met de armen

Zing een lied voor en beweeg je armen mee, volg de toonhoogte en de beweging van de melodie. Vraag ook de leerling dat te doen, maar zonder te zingen. Laat hem de bewegingen zo precies mogelijk op die van jou afstemmen. Vervolgens herhaal je het lied terwijl de leerling de bewegingen precies zo doet als de vorige keer. Hij zingt dan innerlijk mee met de melodie, de armbewegingen zijn daarvan de expressie. Wissel af met ingetogen en uitbundige liedjes. Laat het zingen bij de leerling achterwege, laat hem alleen innerlijk meedoen met toonhoogte en muzikale flow. Blijf letten op de synchroniciteit van melodie en bewegingen, laat die niet te rommelig en te globaal zijn. Zoveel mogelijk muzikale nuances moeten gehoord en uitgebeeld worden. Daarmee scherpt de leerling zijn muzikale waarneming en expressie, die zijn van groot belang als voorbereiding op het zingen op de juiste toonhoogte.

01 - Stoomtrein

Begin met een langzaam t-t-tsj, t-t-tsj, dat steeds sneller wordt. Zet niet teveel druk op de keel, de energie komt vanuit het middenrif. De handen kunnen als zuigers van een motor op en neer bewegen. Versnellen is niet zo moeilijk, maar dan moet er vertraagd worden. Zorg ervoor dat dit met iedereen gelijk op gaat. Tot de trein tot stilstand komt met een lange sjsjsjsj-----

X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.