Ademhalingsoefeningen

Zingen gebeurt op een uitademing, en daarmee is de adem de drager van de zang, vergelijkbaar met de strijkstok bij het vioolspel. Een lage en goed gesteunde ademhaling die de rest van het lichaam niet verkrampt is een belangrijke voorwaarde voor het zingen. Het gaat daarbij over het ruim en ontspannen inademen, het ontdekken van het diepe ademreservoir, het geleidelijk afgeven van de adem door het middenrif, en het loslaten (afspannen) van het middenrif voor een nieuwe inademing. Door ademhalingsoefeningen kan dit ademgebruik geautomatiseerd worden, belangrijk omdat het bij het zingen een onbewust proces moet zijn.

09 - Bal leegduwen

Houd voor de buik en denkbeeldige strandbal vast, en druk hem leeg met een lange ssssss. Duw de handen geleidelijk naar binnen en zorg dat daarbij de schouders ontspannen blijven. Houd de bal enkele tellen in die ingedrukte toestand, laat dan plots los, de handen bewegen weer naar buiten en de bal (de buik) stroomt in één keer vol. Het naar binnstromen van de lucht gebeurt met open mond, en het plotselinge ervan (alsof je schrikt) maakt dat het vanzelf gaat, niet gestuurd.

10 - Venster openschuiven

Met een stevige zzzzzzzzt een denkbeeldig raam naar boven openschuiven en vasthouden, dan met een diepe ademteug de buitenlucht inademen (met de neus), lekker uitzuchten, en het venster weer laten zakken. Beschrijf de situatie in een beeld: je bent op wintersportvakantie in een hotel, en je schuift 's morgens het raam open: wat heb je geroken? Zorg dat de ademhaling onderin de buik terechtkomt. Door het openhouden van het raam is het bijna niet mogelijk om hoog te ademen.

11 - Beslagen raam

Blaas tegen een denkbeeldig raam, zodat het overal beslagen is. Zorg dat je overal bent geweest en al het glas door je adem is geraakt. Schrijf dan met je vinger denkbeeldige noten op het glas (en zingen natuurlijk): A-B-C-D..... Dan alles uitvegen en opnieuw beginnen.

12 - Vuurtje aansteken

Flink in de handen wrijven tot ze warm worden, gaan gloeien. Ontsteek een denkbeeldig vuurtje en blaas het vuur aan fff-fff-fff, zodat het opflakkert: sjsjsjsj..... Probeer het met flinke ademteugen uit te blazen: ff-fff-fff... Als het niet uit wil gaan, klap je in je handen:uit!

13 - Logeren op zolder

Vertel een verhaal over logeren op een spannende, spookachtige zolder: de leerlingen fluisteren zachtjes met elkaar. Plotseling een klap in de handen door de leerkracht: schrikken, adem in houden, luisteren wat er aan de hand is....... Een zucht van verlichting dat er niets aan de hand is, en weer doorfluisteren. Zo een aantal keer herhalen. Spannend om met de ogen dicht te doen.

14 - Ruitenwissers

De bovenarmen bewegen als parallelle ruitenwissers heen en weer: sjsj - ff - sjsj - ff. Er zijn verschillende standen: interval (tussendoor even stil, adem inhouden), gewoon, stortregen, hoogste stand, snel heen en weer. Laat de buik erbij schudden.

Lees verder

15 - Arm over het hoofd

Stretch de borstkas en maak daar bewegingsruimte door één arm over het hoofd te leggen, het oor vast te pakken, en daar een uitlaatklep van te maken: als je aan je oorlel trekt klinkt er een krachtige sjsjsjsj---- vanuit de buik gestuurd. Bij het loslaten van de oorlel stroomt de buik weer vol. Je kunt eventueel nog wat buigen aan de kant van het oor waaraan getrokken wordt. Dan wisselen van kant, het geluid bij het trekken aan de andere oorlel is natuurlijk anders: fffffffff----, maar net zo krachtig.

Lees verder

16 - Ritmische fietspomp

Ritme-echospel met sisklanken. Doe als leerkracht met korte ademstootjes een muzikaal ritme voor: F-S-F-S-FFFFS----, dat door de leerlingen herhaald wordt. Daarbij is er met beide handen een dalende pompbeweging bij de F en een stijgende bij de S. Varieer met langere en kortere sisklanken, of met zachtere en hardere. 

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.