10 - Paprika-pa

Zie het notenvoorbeeld bij Lees verder. Bij deze oefening moeten de klanken goed voor in de mond gemaakt worden. Probeer paprika uit te spreken met een rollende r. De toonladder wordt stijgend en dalend gezongen. Dat kan natuurlijk in twee groepen tegen elkaar in: één groep start beneden, de andere groep boven. Probeer ook eens andere woorden: Lissabon-bon, of Winterswijk-wijk, of lepelaar-laar, et cetera.

Articulatie 10a

Variatie 1: de twee groepen kunnen ook zo verdeeld worden, dat de ene groep zingt volgens het notenvoorbeeld, en de andere begint met een lange noot, en daarná de triool: pa-paprika. Dit kan gezamenlijk stijgend, of ook weer in tegengestelde richting. De ritmes zijn dan complementair: de triolen klinken afwisselend bij de twee groepen.

Articulatie 10b

Variatie 2: zing de oefening in canon. De tweede groep zet in als de eerste groep op de derde toon is, de partijen lopen in parallelle tertsen. Ook hier kan je het complementaire ritme toepassen: de eerste groep start gewoon, de tweede start later én met het omgekeerde ritme.

Variatie 3: zing de oefening als een vierstemmige canon: twee groepen doen de dalende beweging met elkaar in canon, en twee groepen doen de stijgende lijn. Ook hier is weer te spelen met de complementaire ritmes. Vraag in een hogere klas of de leerlingen misschien zelf nog nieuwe ideeën voor een gecombineerde vorm hebben.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.