7 - Tegenstellingen

Er wordt door de leerkracht zwart gefluisterd, de leerlingen fluisteren wit na. Door het fluisteren wordt er meer aandacht gegeven aan de articulatie. Zorg ervoor dat de energie bij het fluisteren zit in de uitspraak en niet in de keel, dan wordt het onprettig. Wees origineel in je tegenstellingen, kies af en toe ook eens een woord dat meerdere tegenstellingen heeft: waar-daar, mooi-lelijk, ik-jij, maximaal - minimaal, verder gaan-stoppen, klaar - ...?

Je kunt je bij het voorspreken omdraaien, gezicht niet naar de leerlingen gericht, ook kan je leerlingen vragen om voor de klas voor te spreken. Ook kan je een drietrapsraket doen: de leerkracht fluistert voor, drie leerlingen fluisteren de tegenstelling, de hele klas herhaalt.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.