4 - Looproute horen

De leerkracht of een leerling speelt een lied op de fluit, terwijl hij een route door de klas loopt. De andere leerlingen luisteren met hun ogen dicht. Als het lied uit is worden de ogen geopend, en wordt de vraag gesteld welke looproute er gegaan is tijdens het voorspelen. Laat dat zo exact mogelijk beschrijven, dus ook waar er gedraaid werd, of dat linksom of rechtsom was, waar er even stilgestaan werd, en laat de leerlingen elkaar ook aanvullen, want wie er dichtbij was heeft het waarschijnlijk goed gehoord. Laat ten slotte, als de looproute besproken is, een van de leerlingen de route nalopen, zodat de voorspeler kan zeggen of het klopte.

Variatie 1: het wordt gelijk veel lastiger wanneer er ook gevraagd wordt om te luisteren waar de voorspeler was bij welk gedeelte van het lied. Dus bijvoorbeeld bij welk woord in het fluitlied er gedraaid werd, bij welke woorden hij waar precies stil stond, en dus ook hoe snel hij liep. Ook dat kan nagelopen én nagespeeld worden als er voldoende informatie is verzameld.

Variatie 2: nog uitdagender wordt het als twee leerlingen al spelend een looproute gaan door de klas. De leerlingen spelen dezelfde melodie (of eventueel in canon) en na afloop worden beide routes geëvalueerd. Er kan daarbij getekend worden op het bord met een plattegrond van de klas erop. Lukt het om beide leerlingen tegelijk te volgen? Een tussenvorm is dat de jongens luisteren naar de ene leerling en de meisjes naar de andere leerling, en zo de beide routes combineren.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.