Fluitoefeningen - vingers

Bij het fluitonderwijs en het notenlezen dat er op een zeker moment bijkomt, hebben we te maken met vier elementen: klank - greep - notennaam - notatie. Met behulp van verschillende oefeningen kunnen we al deze elementen in samenhang met elkaar trainen. Zorg dat alle combinaties aan bod komen, dus de koppeling klank-greep, klank-notatie, greep-naam, naam-notatie, en zo verder. Pas dan integreren de elementen en ontstaat er muzikaal inzicht, begrip, speel- en luistervaardigheid. 

De vingeroefeningen zijn bedoeld om het technische fluitspel te verbeteren, zodat er ontspannen gespeeld wordt, de fijne motoriek specifiek geoefend wordt en er bij de leerlingen controle groeit bij de vingerbewegingen. Iets 'in de vingers krijgen' wordt hier in letterlijke zin geoefend. Doordat de oefeningen een speels en soms uitdagend karakter hebben doen de leerlingen ze graag.

1 - Fluit op zijn plek

Met deze oefening train je de leerlingen om te wennen aan het in positie brengen van de fluit: de juiste hand boven, de vingers op de gaten, het mondstuk boven bij de mond. Geef de leerlingen commando's: 'houd je fluit met je rechterhand hoog in de lucht.' 'Zet je fluit in 5 tellen klaar aan je mond.' 'Houd de fluit met het mondstuk in je hand achter je rug.' 'Zet de fluit in 6 tellen met je ogen dicht aan je mond.' Ḿaak een lange neus met de fluit, met de onderkant tegen je neus.' 'Zet de fluit ondersteboven met alle gaatjes dicht aan je mond.' et cetera.

Lees verder

2 - Klapvingers

De leerlingen houden met hun vingers alle gaatjes van de fluit dicht. Nu gaan de vingers met beide handen tegelijk op de fluit klappen, te beginnen met de pinken. Vier keer klappen en dan vast, tel met de leerlingen mee: klap-klap-klap-klap-vast. Daarna volgen de vierde vingers (ringvingers), die zijn wat minder sterk: klap-klap-klap-klap-vast. Daarna de derde vingers en de tweede vingers. Let erop dat de vingers die niet aan de beurt zijn rustig op de gaten blijven staan, we oefenen de onafhankelijkheid van de vingers. 

Lees verder

3 - In de krater

Bij deze oefening staan de vingers op de gaten. Geef een van de vingers de opdracht om een ronddraaiende beweging te maken over de rand van het gat. Alsof de rand van de krater afgetast wordt. Daarna wordt de krater goed afgesloten, en is het volgende gat aan de beurt.

Lees verder

4 - Handen gespiegeld

Deze oefening is voor de ervaren fluitspelers die wel eens een uitdaging willen in het vasthouden en bespelen van hun fluit. Vraag de leerlingen de handposities te spiegelen: nu komt de linkerhand onder en de rechterhand boven aan de fluit. Speel op deze manier bekende liederen, de leerlingen moeten nu weer goed nadenken over welke vingers moeten bewegen, het voelt aanvankelijk heel onwennig. 

Lees verder

5 - Welke vinger beweegt?

De leerkracht is waarschijnlijk gewend om zijn vingers tijdens het fluitspelen hoog op te tillen, zodat de leerlingen de grepen goed kunnen afkijken. In deze oefening is het juist de uitdaging voor de leerkracht om bij het voorspelen van een melodie zijn vingerbewegingen zo klein mogelijk te maken, zodat amper zichtbaar is welke vingers bewegen. De leerlingen moeten heel goed kijken en de voorgespeelde melodie naspelen. Je kunt het de leerlingen iets makkelijker maken door vooraf te zeggen met welke toon/greep begonnen steeds wordt, maar het kan ook vrijgelaten worden: elke toon kan begintoon zijn, kijk maar wat de eerste greep is.

Lees verder

6 - Krommen en strekken

De leerlingen moeten leren in welke mate de vingers gestrekt of gekromd moeten zijn bij het fluitspelen. Vaak staan de vingers te gebogen, en wordt geprobeerd met alleen de vingertoppen de gaatjes te sluiten. Maar de vingers mogen gerust wat platter gehouden worden, en iets uitsteken over de gaten. Dan is het eenvoudiger om de gaten te sluiten, en de handhouding is meer ontspannen. Oefening: de leerkracht speelt enkele melodieën voor, de leerlingen spelen na. Bij sommige melodieën worden de vingers overdreven gekromd, bij andere overdreven gestrekt. En bij sommige worden de vingers al spelende steeds krommer of platter. De kinderen proberen dit exact zo na te doen.

Lees verder

7 - Waar zit die vinger...?

Alle vingers worden op de gaten van de fluit gehouden. Dan krijgen de leerlingen de opdracht om met een bepaalde vinger drie keer op een gaatje te kloppen. Bijvoorbeeld: 2e vinger van je rechterhand (of: wijsvinger), 4e vinger van links, pink van rechts, et cetera. Wanneer de leerkracht aftelt en meespreekt tijdens het kloppen dan gaat het mooi met de hele klas tegelijkertijd. Geef de opdracht, tel tot vier en zeg: 'Klop-klop-klop'. Is het iedereen gelukt?

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.