Fluitoefeningen - toonladders

Het spelen van toonladders is een mooie start van de fluitles. De vingerbewegingen kunnen worden geoptimaliseerd, vingers en tongbeweging bij het gearticuleerde spelen worden gesynchroniseerd, er kan geoefend worden aan toonvorming, adembeheersing en gemeenschappelijkheid, samenspel. Toonladders hoeven geenszins saai te zijn! Het spelen ervan is voor de leerlingen een vertrouwde start, en variatie in spelvormen houdt het interessant en uitdagend. Het is een warming-up voor de fluitles, wat betreft vingers, adem en oren.

01 - Hoketus

Hoketus betekent dat een melodie heen en weer beweegt tussen twee of meer stemmen, bijvoorbeeld om en om een toon. Verdeel de klas in twee groepen, de groepen spelen afwisselend de tonen van de toonladder, stijgend en dalend. De leerlingen spelen wel alle grepen maar blazen dus bij de ene toon wel, en bij de volgende niet. Probeer de tonen naadloos te laten aansluiten.

Lees verder

03 - Enkelvoudig, meervoudig

Speel de toonladder vloeiend maar wel gearticuleerd, elke toon wordt één keer gespeeld, ook de bovenste toon. Speel daarna de tonen afwisselend enkel en dubbel. Je kunt de klas in twee groepen verdelen, waarbij de ene groep speelt volgens het notenvoorbeeld, en de andere complementair, dus beginnend met twee achtsten. 

Lees verder

02 - Dugge-dugge-dug

Dit is een articulatie-oefening om de tong en het gehemelte soepeler en sneller te maken, en een betere controle te krijgen. Fluister bij het spelen van een toonladder bij elke toon dugge-dugge-dug (= vier zestienden en een kwart), luister of het gelijk is bij alle leerlingen. Speel als leerkracht misschien niet mee, maar zing de tonen op dugge-dugge-dug, dan is het beter te horen voor de leerlingen. De g in dugge uitspreken als in het Engelse girl.

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.