1 - Gewone toonladder

Speel de tonen van het onderste octaaf van de fluit stijgend en dalend, zonder stop bovenin. Je kunt de eerste keren op het bord de toonreeks schrijven, later alleen de curve van de toonladder, daarna niets meer. Zie het notenvoorbeeld bij Lees verder.

Fluit-toonladder 1a

De tonen worden gearticuleerd gespeeld, dus met een zachte aanzet van de tong. Let op de bewegingen van de vingers, laat de leerlingen de vingers maar licht optillen. En de pink die geen gaatje heeft dicht te houden blijft de hele toonladder staan op de fluit, als steun. De laatste toon van de toonladder, de grondtoon, wordt iets langer aangehouden, en gemeenschappelijk afgesloten. De leerlingen moeten daarbij de leerkracht in de gaten houden: wanneer die de fluit uit de mond haalt, stopt iedereen met fluiten. Heb behalve aandacht voor een gelijk begin ook aandacht voor een gelijk slot, zonder rafels.

Variatie 1: speel de toonladder in canon (vanaf klas 4). De tweede groep start op het moment van de derde toon van de eerste groep, dan loopt de toonladder mooi in tertsenparallellen. Ook hier: de eerste groep houdt de laatste toon aan totdat ook de tweede groep op de slottoon is aanbeland, dan gezamenlijk stoppen.

Fluit-toonladder 1b

Variatie 2: maak de groepjes kleiner, zodat de leerlingen wat minder steun aan elkaar hebben, laat de rest van de klas luisteren.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.