11 - Dubbel / driedubbel / metrum

Speel de gewone toonladder, maar speel elke toon dubbel, dus als twee achtsten in plaats van kwartnoten. Zorg dat er mild gearticuleerd wordt met dudu-dudu. Speel de hoogste toon van de toonladder enkel, als een soort keerpunt, een frasering. Laat daar ook ademhalen. De slotnoot aan het einde van de toonladder wordt ook enkel gespeeld. 

Variatie 1: er kan ook driedubbel gespeeld worden, met regelmatige triolen, of met een ritme kort-kort-lang. Ook weer bovenin fraseren en ademhalen. 

Variatie 2: schrijf een kort ritme van één maat op het bord (of een metrum), laat de leerlingen bedenken hoe die klinkt, en gebruik dat ritme of metrum om elke toon van de toonladder mee te spelen. 

Variatie 3: wissel per toon af van ritme, bijvoorbeeld dubbel en driedubbel: de eerste toon wordt als twee achtsten gespeeld, de tweede toon als triool, de derde weer als twee achtsten, enzovoort.

Variatie 4: maak twee groepen (bijvoorbeeld meisjes - jongens) die complementair twee verschillende ritmes spelen. Bij een afwisseling tussen bijvoorbeeld achtsten en triolen spelen de jongens bij de eerste toon achtsten en bij de tweede toon triolen, en de meisjes precies andersom, die starten met de triolen. Wanneer je kiest voor twee ritmes die wat meer contrasteren dan wordt de samenklank interessanter. Uiteraard kan dit ook in solistische tweetallen voorgespeeld worden, waarbij de de rest van de klas luistert en eventueel feedback geeft.

 

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.