5 - Opbouwtoonladder

In deze oefening komen de lage tonen lekker vaak langs! Omdat bij deze tonen alle gaten goed gesloten moeten zijn, zijn dit de lastigste grepen, die met deze oefening goed geoefend worden. Zie het notenvoorbeeld bij Lees verder. Het tempo bij het spelen mag wat variëren: langzamer bij de lage tonen, wat sneller bij de hogere tonen.

Fluit-toonladder 5

Variatie: dit kan uitgebouwd worden naar een uitvoering, waarbij elke reeks op één adem gespeeld moet worden. In het begin duren de tonen lang, zorg ervoor dat ze gelijk blijven, speel zelf mee, laat met hoofdgebaren zien hoelang de tonen duren, en wanneer er geademd wordt. Naarmate er meer tonen in een reeks komen, moet er sneller gespeeld worden, anders wordt het te lang om het op één adem te spelen. Rem steeds wat af bij het terugkeren op de grondtoon.

Zo wordt dit een oefening zonder maat en ritme, enkele melodie en tempo, het stroomt vrij en dat geeft een mooie flow in het klassikale fluitspel.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.