11 - Draaimolen

De leerlingen staan stevig op hun benen, de armen hangen losjes langs het lichaam, en er is wat onderlinge afstand tussen de leerlingen, ze mogen elkaar tijdens de oefening niet aanraken. Vervolgens begint het bovenlichaam zachtjes naar links en rechts te draaien, de voeten blijven op hun plek. De armen bewegen tijdens het heen en weer zwaaien vanzelf naar buiten, zonder dat ze gestuurd worden.

Begin zacht, maar maak de draaibewegingen heviger, en de armen zullen meer naar buiten zwiepen, en weer terugvallen wanneer de draaibewegingen minder worden. Houd de armen ontspannen, laat ze bungelen.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.