2 - Hand - vuist - val

In deze oefening wordt de onafhankelijkheid van beide armen geoefend, met als doel een grotere focus op het lichaam in het algemeen en op de armen in het bijzonder. Doe als vooroefening de gebaren eerst met beide armen tegelijk. 1) de armen worden naar voren gestrekt, 2) de handen worden een vuist, 3) de arm valt met gestrekte vingers tegen het bovenbeen. Tel als leerkracht in een regelmatig en langzaam tempo: 1–2–3, 1–2-3, et cetera.

Vervolgens doen de armen de gebaren afzonderlijk, de hele set met rechts, en dan met links. En dan komen we bij de uitdaging: de beide armen gaan in canon met elkaar. Op 1) strekt rechts, op 2) strekt links en balt de rechtervuist, op 3) valt de rechtervuist en balt de linkervuist, op 1) strekt rechts en valt links, en zo door.

Begin met een heel langzaam tempo, waarbij nog innerlijk voorbereid kan worden wat de afzonderlijk handen moeten doen. Maar verhoog geleidelijk het tempo, en kijk wie er nog overblijft. Probeer het ook eens met gesloten ogen. Het zelf vooroefenen van de leerkracht is aan te bevelen…

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.