13 - Dinge-dinge-ding

Inzingers 13a
In deze oefening klinkt de toon in de neus, zowel bij de d als bij de ng, trek de i-klank niet te breed, houd alles 'in het snuitje'. De laatste toon blijft onder de fermate langer doorklinken, vervolgens maken de leerlingen een sprongetje, en op de landing daarvan klinkt een vrolijk Hop! Geef ook eens een van de leerlingen de beurt om het moment van de sprong aan te geven.

Variaties: je kunt ook in triolen zingen: dingele, dingele, of gepuncteerd: din-ge din-ge, of in snelle zestienden: dingelinge, dingelinge.

Inzingers 13b

Inzingers 13c

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.