Luisteroefeningen - muzikaal gehoor (1)

Het ontwikkelen en scherpen van het luisteren, het muzikaal gehoor, het kwalitatieve horen is een belangrijk doel van het muziekonderwijs. Zoals je het kijken kunt scholen en verdiepen bij de plastische kunsten als tekenen, boetseren en schilderen, zo werken we bij het zingen en reciteren met de klank, aan dat wat er te horen is, en hoe die inwerkt op de ziel. We gaan daarbij vanuit het uitwendig horen naar innerlijk horen, en leren ook in het uitwendige horen de innerlijke kwaliteit en betekenis van wat er klinkt waar te nemen en in de ziel op te nemen. Tijdens het musiceren is dit doorgaans een onbewust proces, maar met behulp van oefeningen kunnen we gericht werken aan het muzikaal gehoor. Het zijn oefeningen die veel concentratie vragen en oproepen, het zijn vaak hele stille, aandachtige en mooie momenten in de les.

1 - Klap een bekend lied voor

Wanneer de klas al een aardig liedrepertoire heeft, is deze oefening een leuke en sterke aandachttrekker. Ik heb de oefening vaak gedaan in het (lastige...) half uur voor aanvang van een concert of toneelstuk, waarbij de leerlingen hun concentratie moeten behouden. Klap het ritme van een bekend lied voor, de leerlingen die het lied herkennen mogen gaan meeklappen. Klap het ritme zo muzikaal mogelijk voor. De oefening is moeilijker dan hij lijkt, en het is vaak verrassend om te zien welke leerlingen al snel mee kunnen klappen.

Lees verder

2 - De stemvork

Wanneer je deze oefening een tijdje elke dag in je klas doet, zal je versteld staan van de wonderlijke resultaten. Vraag aan de leerlingen aan het begin van de les of de dag (wanneer er nog geen muziek geklonken heeft) om even naar binnen te luisteren en dan op een teken van de leerkracht op de klank oeh de toon A te zingen. De leerlingen zullen dan uiteraard verschillende tonen gaan zingen, laat ze die tonen aanhouden; hun eigen toon dus vast te houden. Vraag de leerlingen de toon even te onthouden, terwijl je bespreekt wat er geklonken heeft.

Lees verder

3 - Omgedraaid

Wanneer leerlingen omgedraaid staan en het kijken niet meer mee kan doen, wordt het luisteren versterkt. Maak drie groepen, of bij schoolkoor drie klassen, en laat ze zich omdraaien. Laat de groepen nazeggen wat de leerkracht voorzegt, maar alleen als de leerkracht precies achter die groep staat. Maak er een grappig 'hoorspel' van, alsof de groepen met elkaar in gesprek zijn: 'Goed gedaan, 6e klas', 'Dank je wel, 5e klas', 'Wat zijn jullie stil, 4e klas', 'Helemaal niet!' et cetera.

Lees verder

4 - Handzingen

Dit is niet het handzingen volgens de Kodály-methode. Geef met de vlakke hand vanuit een duidelijke grondtoonpositie een eenvoudige melodie aan. De leerlingen zingen direct mee, bijvoorbeeld op de klank du. Je kunt het ritme aangeven door de hand steeds iets naar voren te bewegen, alsof je tegen een grote verticale xylofoon aantikt. Bouw de melodieën op vanuit secunde-bewegingen, vermijd vooralsnog sprongen. Kom ook steeds weer terug op de grondtoon als thuisbasis. Het grondtoonbeleven wordt daarmee versterkt. Beweeg de melodie om te beginnen tussen grondtoon en kwint. 

Lees verder

5 - Klappen op de wang

Bij deze oefening wordt er getikt met twee vingers op de wang, terwijl de mond iets openstaat. Wanneer je de mond in de oe-stand zet en dan tikt ontstaat er een toon, bij het iets verder openen van de mond richting ôh of âh ontstaan er hogere tonen. Oefen met het geleidelijk openen en sluiten van de mond een herkenbare toonreeks, bijvoorbeeld een stukje toonladder. Doe hiermee voor- en naspeeloefeningen. Je hebt nu je lichaam tot een melodisch percussie-instrument gemaakt.

Lees verder

6 - Au clair de lune

Deze oefening is geschikt voor oudere kinderen en volwassenen. Het lied Au clair de la lune wordt enkele keren gezongen, eerst unisono, vanaf verschillende grondtonen: G, E, lage C. Vervolgens wordt de groep verdeeld, eerst in tweeën, later in drieën, en misschien zelfs in vieren. De groepen zingen elk het lied, maar hebben een eigen grondtoon/starttoon. Het lied klinkt dan volledig parallel, eerst tweestemmig, daarna drie- of vierstemmig. Omdat elke groep een eigen grondtoon heeft, wordt er ook gezongen in verschillende toonsoorten tegelijk. Dat betekent dat de ene groep bepaalde voortekens heeft, die de andere groep niet heeft. Er ontstaat daardoor een wat zwevende tonaliteit.

Lees verder

7 - Unisono

Dit is een mooie slotoefening voor de muziekles, heel eenvoudig, kort en sterk de concentratie oproepend. Zing met de klas of de groep één toon op een prettige hoogte, bijvoorbeeld de toon F op een oe-klank. Zorg voor een afstemming op een mooi schoon en gelijk begin, en laat de leerlingen al zingend (zo'n 6 seconden) de toon meer en meer afstemmen en in elkaar vloeien. Streef naar een optimale mengklank, in het Engels wordt dat blending genoemd. Dat bereik je door op drie vlakken af te stemmen: zuiverheid (ieder exact dezelfde toon), klankkleur (dezelfde oe-klank) en balans (de volumes op elkaar afstemmen). 

Lees verder

8 - De gebogen snaar

De leerlingen staan rechtop, en zingen unisono een toon. De leerkracht doet mee, en buigt dan met het lichaam ietsje naar voren. De kinderen buigen mee, alsof de snaar wat losser gespannen wordt, en de toon zakt iets. Daarna weer rechtop staan, en de toon stijgt weer. De leerlingen moeten ervoor zorgen dat de gezamenlijke toon dezelfde blijft, blijf bij elkaar in de klank.

Lees verder

9 - Oooooh-pizza!

Gezamenlijk glissando op oooooh, en daarna samen de uitroep pizza! Doe dit ook in drie groepen in canon, de oooooh wordt na elkaar ingezet en ook de pizza's! klinken als uitroep na elkaar.

Lees verder

10 - Het orkest

De leerlingen zitten in een kring, nr. 1 start met een ritmische groove, nr. 2 komt erbij met een daarbij passende melodie of groove, zorg dat het dezelfde lengte heeft als bij nr. 1. Zo komen ook nr. 3, 4, 5 en 6 erbij en ontstaat er een orkest van vreemde klanken en geluiden en ritmes, die wel bij elkaar passen en in een gemeenschappelijke cadans zitten. Als nr. 7 erbij komt mag nr. 1 stoppen, en zo evolueert de samenklank langzaam. Belangrijke regel bij dit spel: niet spreken en niet lachen. 

Lees verder

11 - Bíjna Kortjakje

Als vervolg op de oefening 4 - Handzingen: wijs met de handen de melodie aan van Altijd is Kortjakje ziek. Laat de leerlingen meezingen du-du. Wijk nét wat af van de bekende melodie, door een enkele noot hoger of lager aan te wijzen. Lukt het de leerlingen om de bekende melodie even los te laten en te zien (innerlijk te horen) welk uitstapje de melodie maakt?

Lees verder

12 - Luisteren in het lokaal

Dit is een heerlijke oefening om als tussendoortje te doen. De leerlingen doen hun ogen dicht, zijn zo stil mogelijk en luisteren intensief naar de geluiden die in en buiten het lokaal hoorbaar zijn. Doe dit bijvoorbeeld een minuut. Daarna de ogen open, en inventariseer (en noteer op het bord) wat er allemaal gehoord is. Maak een onderscheid tussen de geluiden die gehoord zijn, en de interpretatie van die geluiden. Dat valt nog niet mee, want als een leerling noemt dat zij een 'brommer heeft horen langsrijden', dan is dat een interpretatie. Hoe klonk het geluid zelf? Probeer eens te beschrijven of te omschrijven. 

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.