4 - Handzingen

Dit is niet het handzingen volgens de Kodály-methode. Geef met de vlakke hand vanuit een duidelijke grondtoonpositie een eenvoudige melodie aan. De leerlingen zingen direct mee, bijvoorbeeld op de klank du. Je kunt het ritme aangeven door de hand steeds iets naar voren te bewegen, alsof je tegen een grote verticale xylofoon aantikt. Bouw de melodieën op vanuit secunde-bewegingen, vermijd vooralsnog sprongen. Kom ook steeds weer terug op de grondtoon als thuisbasis. Het grondtoonbeleven wordt daarmee versterkt. Beweeg de melodie om te beginnen tussen grondtoon en kwint. 

Variatie 1: laat een melodie met de handen zien, en laat de leerlingen pas daarna nazingen. Tijdens het voordoen zingen de leerlingen dan al innerlijk mee. Vraag ook leerlingen om een melodie met de handen te laten zien. Een tussenstap kan zijn om de leerlingen eerst de handbewegingen te laten nadoen, en daarna bewegingen en zingen tegelijk te doen, en daarna pas alleen het zingen.

Variatie 2: voeg glissando toe, een stukje melodie gaat in gewone tonen, en een ander deel glijdt van toon naar toon. Vooral de wat grotere intervallen kunnen met glissando gedaan worden. Zorg dat het bij het glijden mooi unisono en gelijk blijft, oren open!

Variatie 3: tweestemmig handzingen met twee groepen. Gebruik je twee handen, de ene groep volgt je linkerhand, de andere groep je rechterhand. Begin eenvoudig met bewegingen na elkaar, om en om de linker- en de rechtergroep, waarbij de laatste tonen aangehouden worden. Daarna kan er parallel bewogen en gezongen worden, kies daarvoor tertsparallellen. Of maak melodieën met toonherhalingen in de ene hand en melodie in de andere hand. Twee echt onafhankelijke melodieën met twee handen zijn vrijwel niet haalbaar...

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.