7 - Unisono

Dit is een mooie slotoefening voor de muziekles, heel eenvoudig, kort en sterk de concentratie oproepend. Zing met de klas of de groep één toon op een prettige hoogte, bijvoorbeeld de toon f op een oe-klank. Zorg voor een afstemming op een mooi schoon en gelijk begin, en laat de leerlingen al zingend (zo'n 6 seconden) de toon meer en meer afstemmen en in elkaar vloeien. Streef naar een optimale mengklank, in het Engels wordt dat blending genoemd. Dat bereik je door op drie vlakken af te stemmen: zuiverheid (ieder exact dezelfde toon), klankkleur (dezelfde oe-klank) en balans (de volumes op elkaar afstemmen). 

Variatie: doe dit ook eens met een groepje van vijf leerlingen voor de klas, waarbij de klas luistert of er geen individuele stemmen meer te horen zijn, en er als het ware één toon ontstaat. Geef één van de kinderen de opdracht (van het groepje of uit de klas) om de inzet aan te geven. 

Variatie: Behalve een gezamenlijk, rafelloos begin, kan je ook letten op een slot, waarbij het is alsof de klank volkomen natuurlijk vervliegt en verdwijnt. Het is mooi als dat kan gebeuren zonder dat het aangegeven wordt, dat alle zangers aanvoelen wanneer het ophoudt.

Variatie: experimenteer met andere klinkers (de a is bijvoorbeeld een stuk moeilijker) en dynamische ontwikkeling, bijvoorbeeld een toon die gezamenlijk sterker wordt en dan weer zwakker. Dat is op het schoolbord aan te geven met een crescendo-teken (hairpin) en een decrescendo-teken die aangewezen kunnen worden. Realiseer je dat een gezamenlijk decrescendo een stuk moeilijker is dan een crescendo. Ook dit is te oefenen met een langzame beweging met de handen van de leerlingen, zodat de geleidelijkheid voelbaar wordt.

Doe deze oefeningen steeds kort, en naarmate het gelijker en meer unisono wordt kan je het gevoel hebben dat door de boventonen die ontstaan als het ware de hemel meezingt.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.