Luisteroefeningen - muzikaal gehoor

Het ontwikkelen en scherpen van het luisteren, het muzikaal gehoor, het kwalitatieve horen is een belangrijk doel van het muziekonderwijs. Zoals je het kijken kunt scholen en verdiepen bij de plastische kunsten als tekenen, boetseren en schilderen, zo werken we bij het zingen en reciteren met de klank, aan dat wat er te horen is, en hoe die inwerkt op de ziel. We gaan daarbij vanuit het uitwendig horen naar innerlijk horen, en leren ook in het uitwendige horen de innerlijke kwaliteit en betekenis van wat er klinkt waar te nemen en in de ziel op te nemen. Tijdens het musiceren is dit doorgaans een onbewust proces, maar met behulp van oefeningen kunnen we gericht werken aan het muzikaal gehoor. Het zijn oefeningen die veel concentratie oproepen en vragen, het zijn vaak hele stille, aandachtige en mooie momenten in de les.

9 - Oooooh-pizza!

Gezamenlijk glissando op oooooh, en daarna samen de uitroep pizza! Doe dit ook in drie groepen in canon, de oooooh wordt na elkaar ingezet en ook de pizza's! klinken als uitroep na elkaar.

Lees verder

10 - Het orkest

De leerlingen zitten in een kring, nr. 1 start met een ritmische groove, nr. 2 komt erbij met een daarbij passende melodie of groove, zorg dat het dezelfde lengte heeft als bij nr. 1. Zo komen ook nr. 3, 4, 5 en 6 erbij en ontstaat er een orkest van vreemde klanken en geluiden en ritmes, die wel bij elkaar passen en in een gemeenschappelijke cadans zitten. Als nr. 7 erbij komt mag nr. 1 stoppen, en zo evolueert de samenklank langzaam. Belangrijke regel bij dit spel: niet spreken en niet lachen. 

Lees verder

11 - Bíjna Kortjakje

Als vervolg op de oefening 4 - Handzingen: wijs met de handen de melodie aan van Altijd is Kortjakje ziek. Laat de leerlingen meezingen du-du. Wijk nét wat af van de bekende melodie, door een enkele noot hoger of lager aan te wijzen. Lukt het de leerlingen om de bekende melodie even los te laten en te zien (innerlijk te horen) welk uitstapje de melodie maakt?

Lees verder

12 - Luisteren in het lokaal

Dit is een heerlijke oefening om als tussendoortje te doen. De leerlingen doen hun ogen dicht, zijn zo stil mogelijk en luisteren intensief naar de geluiden die in en buiten het lokaal hoorbaar zijn. Doe dit bijvoorbeeld een minuut. Daarna de ogen open, en inventariseer (en noteer op het bord) wat er allemaal gehoord is. Maak een onderscheid tussen de geluiden die gehoord zijn, en de interpretatie van die geluiden. Dat valt nog niet mee, want als een leerling noemt dat zij een 'brommer heeft horen langsrijden', dan is dat een interpretatie. Hoe klonk het geluid zelf? Probeer eens te beschrijven of te omschrijven. 

Lees verder

13 - Kathedraal

De groep of klas wordt in drie groepen verdeeld, een grondtoon-, terts- en kwintgroep. De leerkracht geeft de groepen één voor één hun toon: D, B en G, de tonen worden aangehouden, er klinkt een drieklank. Zie het lied op de website voor de tonen van de drieklank. Nu krijgen de drie groepen één voor één een teken van de dirigent om hun toon een secunde te verhogen, daarbij de toonladder van G-majeur volgend. Eerst wordt in de kwintgroep de D verhoogd naar E, dan in de tertsgroep de B naar de C, tenslotte in de grondtoongroep de G naar de A.

Lees verder

14 - Akkoorden van het bord

Deze oefening is geschikt voor klas 5 en 6 (groep 7 en 8). Schrijf op het bord een reeks van enkele drieklanken, zie het voorbeeld bij Lees verder. De onderste tonen zijn rood, de middelste tonen groen, de bovenste tonen blauw. Verdeel de klas in drie groepen, een rode groep, een groene en een blauwe. Zing het eerste akkoord driestemmig, bouw het op vanaf de onderste toon: rood - groen - blauw. Zorg ervoor dat de klank in balans is, dat de drie groepen even luid zingen. Zing de tonen op een oe-klank, en luister of ze goed mengen. Laat de klas wennen aan de samenklank, waarbij de eigen toon goed volgehouden wordt, en tegelijk de andere tonen gehoord worden.

Lees verder

15 - Musicianship

In deze oefening wordt het muzikale geheugen van de leerlingen getraind. We noemen dat memoriseren, we werken aan musicianship. Zing of fluit een wat langere melodie voor, die qua moeilijkheid zodanig is, dat het na zo'n zes keer horen lukt om hem na te zingen. De eerste keren zullen de leerlingen dus een stukje komen, maar dan vastlopen of het niet meer weten. Vervolgens weer voorzingen, en opnieuw proberen om na te zingen. De leerlingen leren dat het normaal is dat je het de eerste keer nog niet kunt, en dat je al luisterend groeit in het in je opnemen van een melodie.

Lees verder

16 - Houten toonladder op het bord

De houten toonladder wordt ook gebruikt in Oefening 5 van de Fluitoefeningen-gehoor. De leerkracht wijst op de toonladder in stilte een melodie aan, die vervolgens door de leerlingen op notennamen (do-re-mi) wordt nagezongen. Bouw de moeilijkheidsgraad van de melodieën op, gebruik in het begin veel toonherhalingen, keer steeds weer terug bij de grondtoon. Ook de drieklank do-mi-sol is een eenvoudig en herkenbaar melodisch patroon. Voeg een eenvoudig ritme toe, dat geeft structuur aan de melodieën. 

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.