Luisteroefeningen - muzikaal gehoor

Het ontwikkelen en scherpen van het luisteren, het muzikaal gehoor, het kwalitatieve horen is een belangrijk doel van het muziekonderwijs. Zoals je het kijken kunt scholen en verdiepen bij de plastische kunsten als tekenen, boetseren en schilderen, zo werken we bij het zingen en reciteren met de klank, aan dat wat er te horen is, en hoe die inwerkt op de ziel. We gaan daarbij vanuit het uitwendig horen naar innerlijk horen, en leren ook in het uitwendige horen de innerlijke kwaliteit en betekenis van wat er klinkt waar te nemen en in de ziel op te nemen. Tijdens het musiceren is dit doorgaans een onbewust proces, maar met behulp van oefeningen kunnen we gericht werken aan het muzikaal gehoor. Het zijn oefeningen die veel concentratie oproepen en vragen, het zijn vaak hele stille, aandachtige en mooie momenten in de les.

17 - Intervallen opvullen

Schrijf de tonen van een toonladder op het bord, in do-re-mi, of in c-d-e. Zing in een interval voor, bijvoorbeeld do-sol-do en benoem het ook: een kwint. De leerlingen zingen het interval na, en daarna de opvulling: do-re-mi-fa-sol-fa-mi-re-do. Dit is een speelse oefening om enerzijds innerlijk te beleven hoe groot de afstand is tussen twee tonen, en anderzijds om de namen van de intervallen te leren.

Lees verder

18 - In het brandpunt

De klas staat in een kring, en één leerling staat of zit in het centrum met de ogen dicht. De klas zingt nu een mooi en bekend luisterlied voor de leerling in het brandpunt. De leerlingen zullen dat extra mooi gaan doen, en de toegezongen leerling mag na afloop zeggen hoe hij het gevonden heeft. De leerlingen geven als het ware een kadootje aan die ene leerling.

Lees verder

19 - Oren openen

Een luisteroefening, waarbij de verschillen gehoord moeten worden tussen wat er te horen is met de oren dicht, en met de oren open. Laat de leerlingen hun oren met hun vingers afsluiten, en luisteren naar wat ze horen. Wanneer ze ook hun ogen dichthouden, kunnen ze nog beter luisteren. Aan geluiden in hun lichaam (suizen van het bloed, geluiden van bewegingen), en geluiden van buiten die doordringen. Daarna gaan de oren langzaam open, en dringen nog veel meer geluiden binnen. Welke geluiden hoor je dan niet meer? En welke juist wel? Spreek een duidelijk teken af (bijvoorbeeld een tik op de tafel) waarbij de oefening afgelopen is.

Lees verder
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.