5 - Spin aan een draad

Twee handen op de knieën, met kriebelende vingers: twee spinnen die staan te popelen om hun draad in te klimmen. Met een stijgende roetsj... klimmen ze elk in hun eigen draad, en maken daar allerlei avonturen mee: ze glijden weer naar beneden (met een dalende zzzzz), ze springen over naar elkaars draad (hop!), ze schommelen heen en weer in hun draad (hoei-hoei), of ze vallen pardoes op de grond (boink!). Alles wordt met de handen gedaan, met spinnende vingers, en alles wat het verhaal kan illustreren.

Maak alle uitroepen zo expressief mogelijk, met grote verschillen tussen laag en hoog. Het moet allemaal vanuit het spel gebeuren. Je kunt proberen sommige geluiden wat uit te rekken of te herhalen, zodat de leerling wat langer in de klank moet blijven. 

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.