6 - Traplopen

Ga onderaan een trap staan, dat is de plek van de grondtoon. De leerkracht zingt een drietoonsmelodietje voor op ja-ja-ja dat begint en eindigt met de grondtoon. Tegelijk worden de juiste treden van de trap gebruikt. Je kunt dat samen met de leerling doen of afwisselend. Zing de melodie op een hoogte die voor de leerling goed haalbaar is. Zo ontstaat er bewustzijn in toonhoogteverschillen. Je kunt ook toonherhalingen of kleine sprongetjes (tree overslaan) toepassen.

Het kan ook in stappen: eerst de loopbeweging nadoen en nog niet zingen, daarna zowel lopen als zingen, daarna alleen zingen. Daarmee wordt de beweging verinnerlijkt. Een laatste stap is het voordoen met alleen lopen, en het nadoen met alleen zingen. Dat is ook een oefening die voor niet-brommende leerlingen een goeie is voor het innerlijk gehoor!

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.