Ritmecanon 3

Ritmecanon 3

Een eenvoudige ritmecanon, met slechts halve noten, kwartnoten en achtste noten. Het is mooi om hier de tweede canoninzet, die vlak achter de eerste aanloopt, een andere klank te geven. Omdat deze tweede inzet klinkt als de echo van de eerste kan dat een zachtere klank zijn, bijvoorbeeld met twee vingers tikken in de andere hand.

Er kan sowieso geëxperimenteerd worden met klanken, die wat minder voor de hand liggen. Kies eens het tikken van de vlakke hand op het bovenbeen, of wrijven van de hand op de onderarm, of klakken met de tong, of (zachtjes) trommelen op de borst.

Spel met een aangever en de rest van de klas: de aangever begint met de  eerste canoninzet, en kiest elke twee maten een ander geluid, de rest van de klas doet de tweede canoninzet, en wisselt op dezelfde momenten van geluid als de aangever, maar dan in canon. Het is ook nog mogelijk een derde partij te laten starten met de derde canoninzet, weer een maat later.

Variatie: zorg dat de klas de aangever niet kan zien, dat ze dus op het gehoor de juiste geluiden van de aangever moeten overnemen.

Andere werkvorm: verdeel de leerlingen in drie groepen, geef elke groep een eigen notenwaarde: de halve noot, de kwartnoot of de achtste noten. Voer de canon eenstemmig uit waarbij de drie groepen afwisselend hun eigen notenwaarde klappen. Je kunt ook de drie groepen een eigen klank geven voor hun notenwaarde, dus bijvoorbeeld een stamp voor de halve noten, een klap voor de kwartnoten en tikken op de bovenbenen voor de achtste noten. Ook hierbij is het leuk als de drie groepen elkaar niet kunnen zien, en ze alles op het gehoor moeten doen.

Variatie: verdeel de klas in drietallen, laat elk drietal de notenwaarden verdelen en zo de canon eenstemmig uitvoeren. Dit kan met alle drietallen tegelijkertijd, of in sologroepen, waarbij de andere leerlingen luisteren. Extra spannend is de volgende vorm: elk drietal maakt een driehoekje, dicht bij elkaar, met de gezichten naar elkaar toe. Als zij hun noten klappen doen zij dat op precies dezelfde plek, ergens in het brandpunt van het driehoekje. Ze mogen elkaar niet raken, en moeten steeds weer ruimte maken wanneer een ander uit het groepje op die plek zijn noten klapt. Doordat de klapplek voor alle drie de leerlingen dezelfde is, vraagt het een sterke gezamenlijkheid om het ritme uit te voeren.

Terug
X

Gebruik je mobiel in horizontale positie voor een optimale weergave.