Kom op, we gaan naar Bethlehem,
Bethlehem, Bethlehem!
Kom op, we gaan naar Bethlehem,
op een ijzig koude morgen!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Wie vinden we daar in Bethlehem,
Bethlehem, Bethlehem?
Wie vinden we daar in Bethlehem,
op een ijzig koude morgen?
Bethlehem, Bethlehem?
Wie vinden we daar in Bethlehem,
op een ijzig koude morgen?
3.
De herders gingen naar Bethlehem,
Bethlehem, Bethlehem.
De herders gingen naar Bethlehem,
op een ijzig koude morgen.
Bethlehem, Bethlehem.
De herders gingen naar Bethlehem,
op een ijzig koude morgen.
4.
De engelen vlogen daar ook naar toe,
ook naar toe, ook naar toe.
De engelen vlogen daar ook naar toe,
op een ijzig koude morgen.
ook naar toe, ook naar toe.
De engelen vlogen daar ook naar toe,
op een ijzig koude morgen.
5.
De wijzen reisden van heel ver,
van heel ver, van heel ver.
De wijzen reisden van heel ver,
op een ijzig koude morgen.
van heel ver, van heel ver.
De wijzen reisden van heel ver,
op een ijzig koude morgen.
6.
Kom op, we gaan naar Bethlehem,
Bethlehem, Bethlehem!
Kom op, we gaan naar Bethlehem,
op een ijzig koude morgen
Bethlehem, Bethlehem!
Kom op, we gaan naar Bethlehem,
op een ijzig koude morgen