Stilte gebied ik al d'heilige geslachten,
grote en kleine kinderen van Heimdal!
Gij wilt, Alvader, dat 'k wel ga vertellen,
d'oudste feiten, die als eerst' ik ken.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Mij heugen reuzen in oertijd geboren,
die in den aanvang 't mensenhoofd mij voedden.
Negen hemelen, negen ruimten weet ik,
d'oude maatboom onder in de grond.
die in den aanvang 't mensenhoofd mij voedden.
Negen hemelen, negen ruimten weet ik,
d'oude maatboom onder in de grond.
3.
Oertijd! Toen was het dat Ymer leefde;
zand noch ook zee noch wilde golven.
Geen aarde was er en geen hemel boven,
gapend' afgrond, nergens was er gras.
zand noch ook zee noch wilde golven.
Geen aarde was er en geen hemel boven,
gapend' afgrond, nergens was er gras.
4.
Azen bewoonden heel het grote daadveld.
's Hemels tempel zij te samen bouwden.
's Hemels werkplaats om 't ware goud te smeden,
scheppers tongen, hemels werkgerei.
's Hemels tempel zij te samen bouwden.
's Hemels werkplaats om 't ware goud te smeden,
scheppers tongen, hemels werkgerei.
5.
Blij zij daar speelden van 't heilig lot het kansspel,
want zij bezaten 't goede overvloedig.
Tot daar kwamen de drie reuzen dochters,
Vretersheem verstoorde alle vreê.
want zij bezaten 't goede overvloedig.
Tot daar kwamen de drie reuzen dochters,
Vretersheem verstoorde alle vreê.
6.
Alle heersers gingen toen ten rechtstoel,
hoog-heilige goden samen het bespraken:
Wie nu zou scheppen al die soorten dwergen,
uit Brandings bloed in de schoot van Hemelblauw.
hoog-heilige goden samen het bespraken:
Wie nu zou scheppen al die soorten dwergen,
uit Brandings bloed in de schoot van Hemelblauw.