En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een schuiftrompet.
"Retteketet, retteketet," zei die schuiftrompet.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een trommeltje.
"Rommelerom, rommelerom," zei dat trommeltje.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een trommeltje.
"Rommelerom, rommelerom," zei dat trommeltje.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
3.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een foekepot.
"Goeze-goeze, goeze-goeze," zei die foekepot.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een foekepot.
"Goeze-goeze, goeze-goeze," zei die foekepot.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
4.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een basviool.
"Hompe-hompe, hompe-hompe," zei die basviool.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een basviool.
"Hompe-hompe, hompe-hompe," zei die basviool.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
5.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een wafelmeid.
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei die wafelmeid.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een wafelmeid.
"Kom maar binnen, kom maar binnen," zei die wafelmeid.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
6.
En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een zeematroos.
"Potverblomme, potverblomme," zei die zeematroos.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.
en zij kon maken wat zij zag; en zij maakte mij een zeematroos.
"Potverblomme, potverblomme," zei die zeematroos.
Vigoliene, vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.