De bomen staan te bloeien,
drie eng’len, ze behoeden.
Zij spreiden uit hun handen
en zegenen de landen.
Zij vouwen toe hun vleugels,
om de winden te doen rusten.
Zij breiden uit hun armen,
om de wereld te doorwarmen,
dat de wereld kan gaan gloeien
en blij ten hemel bloeien.