Achter in de bergen, in zijn donker hol,
ligt te snurken en te slapen een dikke, grote trol!
Ligt eerst op z’n ene, en dan op z’n andere oor.
En wordt hij een keer wakker... dan slaapt hij maar weer door.
’t Is barre, koude winter, en sneeuw bedekt het land.
Die grote reus bemerkt ’t niet, ligt snurkend op één kant.
Tot op ’n goede morgen de zon zó warmpjes schijnt,
dat alle witte wintersneeuw met grote spoed verdwijnt.
De zonnestraaltjes lachen, ze hebben wát een pret!
En gluren in ’t rotsenhol... O, foei, daar ligt die reuzen-trol nog lui maar steeds op bed!
Zij glijden stil naar binnen en kietelen z’n neus:
Hatsjie! Hatsjoe! En wakker schrikt die dikke, grote reus.
De straaltjes glippen haastig weg, maar roepen toch nog vrolijk:
"Word wakker, trol, jij oude heer,
al ben je ’t vergeten zeg, tóch komt de lente weer!"
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement: