Jozef zoekt zijn grote broers,
alle tien zijn ze jaloers,
op zijn jas en op zijn dromen,
als ze Jozef aan zien komen,
wordt zijn mantel afgerukt.
Diep zit Jozef in de put.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Met een slavenkaravaan
moet hij naar Egypte gaan.
Alle dromen zijn vergeten,
heel veel kwaad wordt hem verweten.
Jozef die onschuldig is
komt in de gevangenis.
moet hij naar Egypte gaan.
Alle dromen zijn vergeten,
heel veel kwaad wordt hem verweten.
Jozef die onschuldig is
komt in de gevangenis.
3.
Lange jaren gaan voorbij,
maar de Heer is hem nabij.
Nieuwe dromen worden wakker
door de schenker en de bakker.
Maar de schenker, hij vergeet
al wat Jozef voor hem deed.
maar de Heer is hem nabij.
Nieuwe dromen worden wakker
door de schenker en de bakker.
Maar de schenker, hij vergeet
al wat Jozef voor hem deed.
4.
Farao, hoog op zijn troon,
droomt een wonderlijke droom.
Daarom laat hij Jozef komen
en dan worden alle dromen
van de koe en korenaar
en de maan en sterren waar.
droomt een wonderlijke droom.
Daarom laat hij Jozef komen
en dan worden alle dromen
van de koe en korenaar
en de maan en sterren waar.
5.
God heeft alles omgekeerd,
Jozef wordt als vorst vereerd
en het kwade valt in duigen
en de broers ze moeten buigen.
Zo houdt God door Jozefs hand
't volk van Israël in stand.
Jozef wordt als vorst vereerd
en het kwade valt in duigen
en de broers ze moeten buigen.
Zo houdt God door Jozefs hand
't volk van Israël in stand.