In een blauwgeruite kiel,
draaide hij aan 't grote wiel,
de ganse dag.
Maar Michieltjes jongenshart
leed ondragelijke smart.
A-ach, a-ach, a-ach, a-ach!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Als matroosje vlug en net,
heeft hij voet aan boord gezet.
Dat hoorde zo.
Naar Oostinje, naar de West.
Jongens dat gaat opperbest!
Hojo, hojo, hojo, hojo!
heeft hij voet aan boord gezet.
Dat hoorde zo.
Naar Oostinje, naar de West.
Jongens dat gaat opperbest!
Hojo, hojo, hojo, hojo!
3.
Daar staat Hollands admiraal,
nu een man van vuur en staal:
de schrik der zee.
't Is een Ruiter naar den aard,
glorierijk zit hij te paard!
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee!
nu een man van vuur en staal:
de schrik der zee.
't Is een Ruiter naar den aard,
glorierijk zit hij te paard!
Hoezee, hoezee, hoezee, hoezee!