Waarvan gaan er de boeren, de boeren,
waarvan gaan er de boeren zo mooi?
Zij dorsen het koor’n en verkopen het strooi. koren stro
Daarvan gaan er de boeren de boeren,
daarvan gaan er de boeren zo mooi!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Waarvan hebben de boeren, de boeren,
waarvan hebben de boeren veel geld?
Ze karnen de butter en verkopen de melk. boter
Daarvan hebben de boeren de boeren,
daarvan hebben de boeren veel geld!
waarvan hebben de boeren veel geld?
Ze karnen de butter en verkopen de melk. boter
Daarvan hebben de boeren de boeren,
daarvan hebben de boeren veel geld!
3.
Waarvan drinken de boeren, de boeren,
waarvan drinken de boeren den wijn?
Zij vetten het kalf en verkopen het zwijn.
Daarvan drinken de boeren, de boeren,
daarvan drinken de boeren den wijn!
waarvan drinken de boeren den wijn?
Zij vetten het kalf en verkopen het zwijn.
Daarvan drinken de boeren, de boeren,
daarvan drinken de boeren den wijn!