Het mierenvolkje trekt voorbij; zij komen in een lange rij.
En krabbelpoot, en Trippelspriet die zingen blij het mierenlied:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
"Wij vlijtig volkje van de grond, wij rennen rust'loos in het rond;
nu daar, dan hier, en ied're mier doet steeds zijn dagwerk met plezier.
nu daar, dan hier, en ied're mier doet steeds zijn dagwerk met plezier.
3.
Wij hebben, o, zo lang gebouwd aan ons paleis in 't dennenhout,
met raampjes klein en deurtjes fijn, waar wij gezellig samen zijn.
met raampjes klein en deurtjes fijn, waar wij gezellig samen zijn.
4.
Het lopen zijn wij wel gewend, door lange gangen zonder end;
we leggen daar, ons vrachtje zwaar, het eten voor de winter klaar.
we leggen daar, ons vrachtje zwaar, het eten voor de winter klaar.
5.
Maar zet de mens zijn zware hak, plof, op ons dennennaaldendak,
al is 't abuis, dan valt in gruis, ons hele, hele mierenhuis!"
al is 't abuis, dan valt in gruis, ons hele, hele mierenhuis!"