Violen die zingen van wondere dingen;
violen die zingen een wondermooi lied.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
De klarinet, de klarinet doet:
doe-a, doea, doeadet;
doe-a, doea, doeadet;
3.
De pauk heeft het makkelijk,
hij speelt maar twee tonen:
vijf, één, één, één, vijf, vijf, vijf,
boem-boem, boem-boem.
hij speelt maar twee tonen:
vijf, één, één, één, vijf, vijf, vijf,
boem-boem, boem-boem.
4.
Trompetten die schallen:
tatatatatata ta-ta-ta-ta-ta-ta-ta-ta;
tatatatatata ta-ta-ta-ta-ta-ta-ta-ta;
5.
De hoorn schalt luid, je hoort hem eruit.