Lied • Hoe lacchen ons de velden aen

Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
Bladmuziek kan niet worden bekeken
Of kies een abonnement:
Vogeltje

Gratis account

kosteloos
  • maandelijks toegang tot 3 liederen
  • toegang tot alle artikelen en podcasts 

Maandabonnement

€ 2,90
per maand
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • maandelijks opzegbaar
Meest gekozen

Jaarabonnement

€ 28,50
per jaar
  • onbeperkt toegang
  • persoonlijke muziekbibliotheek
  • jaarlijkse betaling
  • prijs per maand € 2,38

Studenten

€ 24,22
per jaar
Tot 20% korting

Groepsabonnement

v.a. € 135,-
per jaar
  • voor scholen en organisaties
  • onbeperkt toegang voor alle medewerkers
  • keuze uit 5, 10, 20, 30 of meer accounts
  • eenvoudig centraal te beheren
1.
Hoe lacchen ons de velden aen met haer gekroonde bladen,
met haer pronck en gewaden? Ey, siet hier eens de koeytjes gaen,
die met den melck geladen, wauw'lende haer versaden.
Hoe vrolijck is 't hier! Wat getierelier! En wat vreemd geswier!
Wat krioel en getier! 't Is de schoone cier van Godes groote daden.
2.
Swangere boomtjes, die bevrucht vol lieve bloeysels hangen,
daer wy seer nae verlangen, die nu soo weeldrigh na de lucht
met vreughde zijn bevangen, togend' haer roode wangen.
Daer 't vincxken op 't dack, van 't dack op den tack, noyt voedsel ontbrack, maer in rust en gemack van Godts eere sprack met lieffelijcke sangen.
3.
Weeldrige beesjes in het woudt, die daer by koppels paren
en in de vreughd' vergaren, waerom is 't dat men u benout
en wil u jonge jaren voor geene bracken sparen?
De jager, die schiet met sijn swijne-spriet en blaest op sijn riet.
Is 't niet groot verdriet, soo men dagelijcks siet, dat d'een wil d'aer beswaren?
4.
Heft doch u zieltjes hemel-waert voor 't wonder-werck der landen,
den zegen van sijn handen. Merckt oock aen 't schepsel Godes aert,
den hemel, zee en zanden, op dat hert en verstanden
door 't godtlijck beleyt sijn lof zy verbreyt en de mensch zy bereyt
tot sijn majesteyt, om in eeuwigheydt in ware liefd' te branden.
Vogel

Blijf op de hoogte

Meld je aan voor de nieuwsbrief