"Rijc God, wie sal ic clagen dat heymelijc lijden mijn?
Mijn boel is mi verjaghet, scheyden is mi geworden pijn;
mijn boel is mi verjaghet, scheyden is mi geworden cont;
dus drave ic over geen heyde, myn herte is mi seer gewont."
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Agenda werkplaats
27 september 2026
Zingen
Koor op school
11 oktober 2026
Instrumentaal
Ukelele spelen
25 oktober 2026
Zingen
Koordag
29 oktober 2026
Instrumentaal
Bamboefluit bouwen
1 november 2026
Dans & beweging
Bewegend zingen met kleuters
8 november 2026
Zingen
Zingen met je klas
1.
2.
Ic bat si so minlijce met witten armen blanc,
dat si bi mi woude bliven: "Die somer en is niet lanc."
"Ic en mach bi u niet bliven, ic en mach bi u niet zijn,
ic wil over geen groen heyde, tot die alder liefste mijn."
dat si bi mi woude bliven: "Die somer en is niet lanc."
"Ic en mach bi u niet bliven, ic en mach bi u niet zijn,
ic wil over geen groen heyde, tot die alder liefste mijn."
3.
Moet ic nu van haer scheyden, dat doet mijnder herten so wee;
dus vaertse over gheen heyde, tot dat icse wederomme sie:
"Adieu, mijn alderliefste, mijn herte blijft mi doorwont,
ic en mach altijt bi u niet wesen, blijft ghi nu doch altijt ghesont."
dus vaertse over gheen heyde, tot dat icse wederomme sie:
"Adieu, mijn alderliefste, mijn herte blijft mi doorwont,
ic en mach altijt bi u niet wesen, blijft ghi nu doch altijt ghesont."
4.
Een bitter cruyt is scheyden, dat proeve ic wel nu ter tijt:
wie noyt van zijn lief ken en scheyde, hi en weet van gheender pijn.
Mijn lief ken vaert over gheen heyde, ic en mach bi haer niet zijn:
"Adieu, mijn alderliefste, het moet nu gescheyden zijn."
wie noyt van zijn lief ken en scheyde, hi en weet van gheender pijn.
Mijn lief ken vaert over gheen heyde, ic en mach bi haer niet zijn:
"Adieu, mijn alderliefste, het moet nu gescheyden zijn."