Het kwamen drie koningen
uit verre lande.
Nu wiegen, nu wiegen
wij om Gode te doen een offerande,
des waren zij froh.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Zij kwamen van Oosten,
zij kwamen van verre,
al bij 't verlichten
van één der sterren,
des waren zij froh.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
zij kwamen van verre,
al bij 't verlichten
van één der sterren,
des waren zij froh.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
3.
Maar toen zij binnen
Jeruzalem kwamen,
die waarheid der sterre
zij niet en vernamen,
des waren zij droef.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
Jeruzalem kwamen,
die waarheid der sterre
zij niet en vernamen,
des waren zij droef.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
4.
Zij hebben gevonden
het kind door God gezonden,
dat koning en knecht wil zijn
voor ieder groot en klein,
des waren zij froh.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.
het kind door God gezonden,
dat koning en knecht wil zijn
voor ieder groot en klein,
des waren zij froh.
Alle mijnen troost,
mijn toeverlaat
is Maria's zoon.