Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Loevestein moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn; zo kom je gezond in Loevestein.
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Appelscha moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, loop je neus maar achterna!
hoe ik naar Appelscha moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, loop je neus maar achterna!
3.
Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Papekop moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, een voet neer en een voet op.
hoe ik naar Papekop moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, een voet neer en een voet op.
4.
Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Lekkerland moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, eerst door klei en dan door zand.
hoe ik naar Lekkerland moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, eerst door klei en dan door zand.
5.
Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Koog aan de Zaan moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, trek maar stevige schoenen aan.
hoe ik naar Koog aan de Zaan moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, trek maar stevige schoenen aan.
6.
Wie kan me zeggen, wie kan me zeggen,
hoe ik naar Zevenbergschen Hoek moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, eet een appeltje in plaats van koek.
hoe ik naar Zevenbergschen Hoek moet gaan?
't Zal met de benenwagen zijn, eet een appeltje in plaats van koek.