Hoe zaait de boer zijn korentje, zijn korentje?
Hoe zaait de boer zijn korentje?
Zó zaait de boer zijn korentje, zijn korentje!
Zó zaait de boer zijn korentje!
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
Of kies een abonnement:
1.
2.
Hoe maait de boer zijn korentje, …
Zó maait de boer …
Zó maait de boer …
3.
Hoe dorst de boer zijn korentje, …
Zó dorst de boer, …
Zó dorst de boer, …
4.
Hoe bindt de boer zijn korentje, ...
Zó bindt de boer ...
Zó bindt de boer ...
5.
Hoe want de boer zijn korentje, ...
Zó want de boer ...
Zó want de boer ...
6.
Hoe bakt de boer zijn korentje, ...
Zó bakt de boer ...
Zó bakt de boer ...
7.
Hoe eet de boer zijn korentje, ...
Zó eet de boer ...
Zó eet de boer ...
8.
Hoe dankt de boer zijn korentje, ...
Zó dankt de boer ...
Zó dankt de boer ...